‘Wat zou het’, zei de Sloddervis,
‘dat ik geen slimmerd ben?
Ik weet wat slijk, wat modder is
en verder niks. Nou en?

Die evolutie, leuk idee
maar waar moet het naartoe?
Nee dank je wel, ik doe niet mee,
voor mij niet dat gedoe.

Waar alles mee begonnen is:
een slijmig klontje beest –
veel slomer dan een Sloddervis
kan dat nooit zijn geweest.

Ik hoef geen vleugels, klauwen,
geen slurf, gewei of bult.
Ik voel niks voor miauwen
en ben geen tiep dat brult.

Ik denk dat ik mijn modder mis
als paard of papegaai.
Dus blijf ik lekker Sloddervis,
oersimpel en oersaai.

Sterf ik straks uit? Mij best, oké.
Dan word ik nooit reptiel
of eekhoorn, vos of chimpansee.
Dan word ik dus fossiel.

Zo’n wereld-na-de-Sloddervis
is eenmaal ook voorbij.
Gaat die naar de verdommenis,
dan mooi wel zonder mij.

De oerstaat is mijn element,
mijn lat ligt niet zo hoog.
Word jij maar stinkdier of serpent
of paleontoloog.’
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het schaap gaat nog steeds door

.
PSST, fluisterden de dames Groen, psst, dominee, word wakker!
Sta op! Juffrouw Veronica krijgt haar verjaarsontbijt.
We hebben thee en eitjes en kadetjes van de bakker.
Huh? antwoordde de dominee. Bijlo! Wat vliegt de tijd!

Zó lig je in Morpheus’ armen en je droomt van Hoger Dingen,
zó gloort weeral de dageraad en ziet: ons schaap is acht!
Voorwaar, het past ons om een vrolijk lied voor haar te zingen.
En hoort gij dat geklepper? De verjaarspost wordt gebracht.

Ze slopen naar de zolder toe, zo zachtjes als ze konden,
met broodjes en kadootjes, op hun toffels, tree voor tree.
Daar lag het schaap, klaarwakker en ontzettend opgewonden.
Lang zal ze leven, zongen ze en morsten met de thee.

Veronica wou weten: Ben ik nu echt acht geworden?
En mag ik heel de dag een roze strikje in mijn staart?
En gaan we straks gezellig heel de middag ganzenborden?
En dat ik alle potjes win? – O kijk, een ansichtkaart!

Van wie zou die nou zijn? Wat leuk, hij is van tante Annie!
Er staat een grote 8 op en een mooi verjaarsgedicht.
De dames Groen verbleekten en ze stamelden: Dat kan nie.
Een kaart van tante Annie – die ginds op Zorgvlied ligt!

Er is Meer, sprak de dominee, dan ons verstand bevroedt.
Maar nu snel naar beneden: daar is taart in overvloed.

(Deze en de vorige verschenen eerder in De tweede ronde)