Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



ACH GUT, zeiden de dames Groen. Oom Karel is gestorven,
in vredige berusting en zijn eigen ledikant.
We vroegen ons al jaren af: wie heeft zijn klok georven?
Maar hij was nog niet dood. Nu wel, dat staat hier in de krant.

Welaan, zo sprak de dominee, dan gaan we hem begraven.
Ik zal een Woordje Spreken tot de schare rond het graf:
wie dorstig naar vertroosting zijn zal ik volgaarne laven.
Hij pakte zijn geklede jas en borstelde hem af.

Met zonnebrillen en in ’t zwart vertrokken ze naar Zwolle –
koud waren ze op weg of ze verdwaalden in de mist.
Op de begraafplaats zei het schaap: Nu even keihard hollen!
Zo kwamen ze nog net op tijd voor ’t zakken van de kist.

De dominee die elleboogde zich terstond naar voren.
Vaarwel, sprak hij geroerd. Gij waart een Kerel van Stavast!
Daar leken de aanwezigen nogal van op te horen,
vooral een paarsgejurkte heer die klaarstond met een kwast.

Opeens ontstond er trammelant: er was een krans verdwenen!
Toen werd het schaap Veronica op heterdaad betrapt
met lint waarop te lezen stond: Rust zacht, zuster Helene.
Oeps! zei ze. Maar ik had zó lang geen lelies meer gehapt…

Heleen? zeiden de dames Groen. Dat is niet onze oom.
Op naar oom Karel! En dan straks een plakje keek met room.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Schoonmaaksonnet





Ik ben godin in ’t diepst van mijn gedachten
en net als Brahman zit ik zonder meid.
Truus schittert heel vaak door afwezigheid,
toch blijf ik hier in kalme glorie wachten.

Zelf kuis ik nooit. Mijn huis is dus niet schoon.
Een ander zal dat na één blik beamen:
je ziet er stof en plakvingers op ramen
en deuren. Tsja, maar ik zit steeds ten troon.

Nee, schoonmaak is geen werk voor een godin.
Het soppen maakt die hoge staat te schande.
Godinnen hebben nooit vereelte handen.
Ik ga me niet verlagen tot slavin.

Ik heet Marie-Louise, echt geen Truus,
mijn hoge staat vormt reden, geen excuus –

(Met dank aan Kloos & Dèr Mouw)

Bundels