hebbehebbe

De Hebbedinges zocht iets
voor zijn verzameling.
We hielden een vergadering
en iedereen die kocht iets:

een vingerling, een rammelkast,
een tierlantijn, een rarekiek,
een janplezier, een beddenkwast,
een filippien, een wentelwiek.

Hij pakte alles uit en zei:
‘Er is heus heel veel aardigs bij
maar ik zoek toch een ander ding
voor mijn verzameling.’

We waren even sprakeloos.
Toen riepen we: ‘Wat wil je dán?
Een manebril, een mallejan,
een alikruik, een kraakdoos?’

‘Nee’, zei de Hebbedinges bits.
‘Maar zie je ooit een greintje,
een zier, een snars of sikkepit,
geef mij dan gauw een seintje.’


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Verbeteringsgesticht

Mijn vader gaf me nooit een compliment,
wellicht uit angst me grondig te verpesten.
Wel pakken slaag kreeg ik, als om te testen
of ik hem liefdevol bleef toegewend.

Mijn moeder mepte ook, minder frequent,
want ze las nooit Spock’s opvoedingsattesten.
Vriendinnen kregen slaag en huisarresten,
dat was die tijd een fluitje van een cent.

“Ik stuur je naar ’t verbeteringsgesticht
als je zo doet,” zei pa. Op zijn gezicht
 verried een twinkeling een practical joke.

“Wat is dat voor iets?” was dan steeds mijn vraag.
“Een hele strenge school met altijd slaag.”
“Ook als je niets gedaan hebt?” Ja, dan ook.

 

Uit De ziel is een  pannenkoek, een autobiografie in sonnetten.