Zaltbommel voorheen en thans

 
Heb ik bij Bommel echt een brug gezien?
Opeens zag ik een brug. En aan weerszijden
geen pont, die je gewoonlijk daar ziet glijden
als je aan ’t sturen bent. Een tel of tien
dat ik zo stond, aan dek, aan ’t roer geklonken,
mijn koffie koud al in de tussentijd –
laat mij daar ergens uit een andersheid
een beeld ontwaren dat mijn ogen dronken.
 
Een fietsend joch. Zijn wapperende jas
over die brug, terwijl ik aan kwam varen.
Hij stapte af, hij lei een schrift in ’t gras,
 
en wat hij schreef zag ik dat verzen waren.
O, dacht ik, o, dat dat mijn zoon ooit was.
Pom pom, zong ik, mijn hart zal dit bewaren.
 
 
 
Contragedicht
 
Credits prentbriefkaart: F.L. Stehmann, Collectie Gelderland
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Coronafeest

40
ClipArtKey (bewerking IB)
 
Verjaardag van mijn beste vriend!
Ik stak me in mijn nette pak
en kocht de duurste fles cognac,
die had hij met zijn trouw verdiend.
 
Veel stadse drukte was er niet,
nou ja, de oorzaak kent u wel.
Ik drukte jolig op zijn bel,
waarna ik mij naar binnen liet.
 
Een feestelijke slingersliert,
een kleurig luxueus boeket,
ik had de taart al klaargezet
en ook mijn luie stoel versierd.
 
Ik blies de veertig kaarsjes uit
(ik had mijzelf een mokkapunt
van ongewoon formaat gegund).
‘Lang zal ik leven,’ zong ik luid.
 
Ik at me aan een gans ongans.
Cognac gaf vleugels aan mijn geest,
dus aan het einde van het feest
de coronaise, wat een dans!