dooievaar
 
 
Een witte veer waait op de wind,
Een zwarte veer drijft in de sloot.
Waar is de Dooievaar naartoe?
Waar zou hij zijn gebleven?

We vroegen het een Hagenaar.
Die zei: ‘Hè, is ie weg? Wat raar.’
We vroegen ’t een Egyptenaar.
Die zei: ‘Ik zag hem vorig jaar.’

We vroegen het een steunpilaar.
Die zei: ‘Het nest voelt minder zwaar.’
We vroegen het een makelaar.
Die zei: ‘Piekfijn en instapklaar.’

We vroegen het een weduwnaar.
Die zei: ‘Hij is nu vast bij haar.’
We vroegen het een moordenaar.
Die zei: ‘Zijn botjes liggen daar.’

We vroegen het een lepelaar.
Die zei: ‘Hij smaakte nergens naar.’
We vroegen het een leugenaar.
Die zei: ‘Daar is geen woord van waar.’

Soms zien we ergens even
een schaduw overzweven.
Waar is de Dooievaar naartoe?
Waar zou hij zijn gebleven?

We vroegen het een vogelaar.
Die zei: ‘Hou nou je snavel maar.’
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Groen (bout rimé op villanelle van Niels Blomberg)







(Milly Cooper (96) oudste prostituee ter wereld)



Ze is niet jong en allerminst nog groen
Haar eens zo blanke huid is aan‘t vergelen
Maar lieve help, wat kun je er aan doen

De oude mond constant op stand citroen
Te dunne benen als rabarberstelen
Ze is niet jong en allerminst nog groen

Een ouwe kloek, geen dartel waterhoen,
Die bezig is een lekker stuk te spelen
Maar lieve help, wat kun je er aan doen

Ze tippelt meestal rond het stadsplantsoen
Geen mannenogen die zich laten strelen
Ze is niet jong en allerminst nog groen

Kapotte rok, een lekke wandelschoen
Verslaafd, verwenst en uitgekotst door velen
Maar lieve help, wat kun je er aan doen

Ze bibbert, ’t is al laat in het seizoen
Een spichtig lijf, geen jas kan dat verhelen
Ze is niet jong en allerminst nog groen
Maar lieve help, wat kun je er aan doen