Witte wieven
Ets: Pieter Holsteyn 1660
 
Is de zomertijd voorbij,
hoor je ’s avonds op de hei
weer de witte wieven joelen,
vraag dan niet wat ze bedoelen.
 
Zijn de dagen kort van duur,
zie je rond het blauwe uur
weer de witte wieven zweven,
ren dan, ren dan voor je leven.
 
Grijpt zo’n wief je bij je haar,
ai, dan blijf je aan haar plakken
en verdwijn je in de mist.
 
Eeuwig snakkend naar een kist
zul je in de zomp verzakken.
 
Nooit van huis dus zonder schaar.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Vertalingen



Daar is-ie

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.


Hatsjie

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.


Er ist’s

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

Eduard Mörike (1804-1875)