Ach, waren alle mensen wijs,
Met een kunstminnend hart,
Dan won K. Bruning elke prijs
En had de dood getart.

Het mensdom was er niet aan toe.
Zij won die prijzen niet
En K., het zinloos wachten moe,
Verkwijnde van verdriet.

Wij staan beteuterd rond haar zerk.
Wij leerden onze les.
Nu prijzen wij in koor het werk
Van deze dichteres.

Zodra K.B. dat hoorde, rees
Zij sierlijk uit de grond.
Zij droeg, hetgeen op voorzorg wees,
Een jurk die haar goed stond.

‘Ik draag u voor’, zo kweelde zij,
‘Mijn levensloop op rijm’.
Het dichtersvolk, niet gans drankvrij,
Viel als een blok in zwijm.

K. Bruning was als foetus steeds
Gevat en welbespraakt.
Menig sonnet heeft zij alreeds
Als zuigeling gemaakt.

Zo rijmt K. Bruning almaar voort
En menig wandelaar
Die hare woorden heeft gehoord
Wordt haar bewonderaar.

’t Gevederd volk zit aan zijn tak
Gekluisterd en hoort toe.
Ja, menig vogelhartje brak
Van vogelpa of –moe.

WORDT VERVOLGD

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tongue-twister

Tongue twister
Flickr.com
 
‘Alle stekheid op ’n gokje’
zei de man die zich versprak
‘Alle gokheid op ’n stekje’
herstelde hij met schijngemak
‘Alle stokheid op een gekje’
wrong hem dieper in de prak
‘Alle stokgek op ’n heidje’
zette hem opnieuw voor kak
maar ‘alle hekstok op ’n geitje’
was ’t waar z’n tong op brak.
 
 
Ter nagedachtenis vandaag een vers van John O’Mill
(Johan van der Meulen) 11-01-1915 – 13-09-2005
Uit: Popsy poems - Andries Blitz b.v 1975.