Twee grinnikende en gespierde knapen,
Die zij aan zij de toegangspoort blokkeerden
Der wetenschap; mijn leraren beweerden
Gewoonlijk dat ik altijd zat te slapen.

Wat wisten zij van die twee valse apen,
Die onvermoeid mijn hersenen frustreerden;
Mijn proefwerken krachtdadig molesteerden?
Ze leken door de duivel zelf geschapen.

Als Cosinus en Sinus niet bestonden,
Dan was ik nu een Doctor of een Dra.
Dan had ik wél het buskruit uitgevonden.

Vaak denk ik (en vandaar dat ik besta):
“Wat waren jullie toch voor vuile honden?”
Maar nooit komt het verlossende “Aha!”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Random Runner



in het café staat achterin
een knappe blonde vrouw
beproeft haar geluk
met gooien van munten in de kast
laat haar koffie staan

ze vloekt en roept
al tweehonderd in de min
maar ze is niet gek
nog één keer vijftig 
en ze stopt

eens moet hij toch vallen
dus nu alleen nog honderd
dan kan ze weg met winst
of speelt toch minstens kiet
op die kolerekast

zo verdwijnt in een halve ochtend
in de gleuf van Random Runner
wat ze die nacht met de hare
heeft verdiend

de baas is een toffe vent
scheldt haar de koffie kwijt
en leent vijf euro
voor de tram