Twee grinnikende en gespierde knapen,
Die zij aan zij de toegangspoort blokkeerden
Der wetenschap; mijn leraren beweerden
Gewoonlijk dat ik altijd zat te slapen.

Wat wisten zij van die twee valse apen,
Die onvermoeid mijn hersenen frustreerden;
Mijn proefwerken krachtdadig molesteerden?
Ze leken door de duivel zelf geschapen.

Als Cosinus en Sinus niet bestonden,
Dan was ik nu een Doctor of een Dra.
Dan had ik wél het buskruit uitgevonden.

Vaak denk ik (en vandaar dat ik besta):
“Wat waren jullie toch voor vuile honden?”
Maar nooit komt het verlossende “Aha!”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Trapsonnet



Het trapsonnet: meer dan een woordgebaar
De dichter smeedt de zinnen aan elkaar

Hij zoekt in menig woord- en rijmbestand
Een druppel transpiratie siert de slapen
Zijn uitgeknepen brein lijkt op fondant

De weke mond proeft hoe een rijmpaar klinkt
Hier vindt de volta zijn geëerde wending
Het vers is halverwege zijn vol-ending
Een kleine traan wordt zachtjes weggepinkt

Hij schrijft hier door emoties overmand
De pen is immer nog zijn grootste wapen
Hij wikt en weegt de woorden op zijn hand

Hier toont zich de sonnettenkunstenaar
Het trapsonnet is in een omzien klaar

Rijmschema: aa bcb deed bcb aa
c en e vrouwelijk, rest mannelijk rijm, afwijken mag.
Metrum: geen voorkeur, ik schrijf zelf het liefst in jambische pentameter.
Kan op en neer worden gelezen.