Sinus
Flickr.com
 
Twee grinnikende en gespierde knapen,
Die zij aan zij de toegangspoort blokkeerden
Der wetenschap; mijn leraren beweerden
Gewoonlijk dat ik altijd zat te slapen.
 
Wat wisten zij van die twee valse apen,
Die onvermoeid mijn hersenen frustreerden;
Mijn proefwerken krachtdadig molesteerden?
Ze leken door de duivel zelf geschapen.
 
Als Cosinus en Sinus niet bestonden,
Dan was ik nu een Doctor of een Dra.
Dan had ik wél het buskruit uitgevonden.
 
Vaak denk ik (en vandaar dat ik besta):
“Wat waren jullie toch voor vuile honden?”
Maar nooit komt het verlossende “Aha!”
 
Uit de nieuwe bundel: ER IS LIGHT!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Prinsjesdag, een idylle: III Afloop

Pornografische tearjerker in drie sonnetten 

III Afloop 

De Kroonprins groet het Vaandel. Zie hem staan,
Een frisgewassen militaire held
Met eretekens op de borst gespeld.
Oranjeliefde borrelt op, spontaan. 

Ik ben decennia niet vreemdgegaan,
maar nu mijn hartje van ontroering smelt
verwijder ik mijn kleding met geweld
en druk mij vast tegen het toestel aan. 

Ik roep de naam van Willem-Alexander.
Ik zucht en steun, ik zeg een kort gedicht:
‘O, houden van elkander, nooit een ander…’
 
Seconden later is de Daad verricht.
Daar zit de Prins-Gemaal. Een waterlander
Glijdt triest van zijn Madame Tussaud-gezicht. 

(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)