Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Er werd alleen wat heen en weer gekeken,
we stonden maar en zwegen op niveau.
Ik miste al die jaren een bon mot
om vrouwen op het schoolplein aan te spreken.

Ik kreeg om deze stilte te doorbreken
van iemand echt een wereldtip cadeau:
ga naast ze staan en zeg alleen maar: ‘Zo…’
Het werkt, dat is inmiddels wel gebleken.

Zo’n simpel woordje, kort en ongericht;
het blijkt de sleutel tot de zwaarste deuren.
Zo zie ik elke dag opnieuw gebeuren
hoe glans verschijnt op zo’n vermoeid gezicht.
 
En heb ik soms genoeg van al dat zeuren
dan laat ik lekker al die deuren dicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het gedicht


(Caspar David Friedrich, 1835, Herfst)

Hoge bomen aan het water
neigen zwijgend in de wind.

Donk're bossen, wijdse heiden,
liggen stiller, zonder zon.

Regen veegt verstoorde sporen
van de langbegane laan.

Stormen vormen kwade dagen,
kraaien waaien uit hun huid.

Oude houten kromgetrokken
struiken buigen tot de grond.

Grijze zwijnen, samengaande,
zoeken voedsel als het kan.

Op de grond, de vele beestjes
zijn verscheiden, afgemat.

Witte vissen onder golven,
in de kilte trager gaand.

Buiten luiden gakgezangen,
tomen vogels trekken weg.

Langverwachte keuren kleuren
maken blaad'ren wondermooi.

Voel de koelte van de nachten,
binnen is het heerlijk weer.

Lekker herfstig zijn de tijden,
witte winter gonst z'n komst.