Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Met zwoele lach en dito blik
Komt zij het bierhuis binnentreden.
Ze gaat zo schaars gekleed, dat ik
Met één oog slechts haar uit kan kleden.

Parmantig hangt ze aan de toog
En, al begint haar haar te grijzen,
Nog trekt zij een wellustig oog;
Je ziet de heren naar haar wijzen.

Nee, aandacht komt zij nooit te kort;
De mannen hangen aan haar lippen.
Zij zouden graag het glaasje port
Zijn waar ze soms van staat te nippen.

Maar altijd, stipt om kwart voor een,
Als `t volk steeds zatter wordt en woester,
Zwaait zij gedag en vliedt zij heen
Als een gehaaste assepoester.

En thuisgekomen trekt zij dan
Haar jas uit en haar restje kleren
En kruipt het bed in naast de man
Die haar niet kan (of wil) begeren.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De voorzitter opent het feest

Geachte dames, heren, thans bijeen
Met koffie en gebak heet ik u allen
Zeer welkom op het feest van Rad ter Been

De Subcommissie Veiligheid & Stallen
Vraagt integraal doch consequent beleid
Ook is de secretaris ons ontvallen

Waardering voor de Stuurgroep Zwenkbaarheid
Doch niet voor hondendrollenincidenten
Voorts lijkt de stoep met gaten geplaveid

De winter bracht, naast vele kluunmomenten
Jet Strooigoed een gebroken onderstel
Van menig lid bleek hun laveertalenten

Nog altijd sluit de liftdeur veel te snel
Toegankelijkheid blijft ons zorgen baren
Want ook het nieuwe tuinpad is een hel

Dat heeft Corneel 't Spaack weer eens ervaren
Die uitgleed door een half verzakte steen
En zo dus voor een rolstoel mag gaan sparen

Doch nu muziek: geen Bløf of Rowwen Hèze
Maar wel Rieus... Rollatorpolonaise!