bolsward
 
Een kever die zich in het noorden
Net in een verse draagbalk boorde
Zei korzelig met volle mond:
‘Ze maken het nu echt te bont
Ik ben me zo vaak lam geschrokken
Van het gebeier van die klokken
En waar ik ook niet tegen kon
Was muzak uit dat carillon
 
En weer wordt me een kool gestoofd
Men heeft mijn torentje onthoofd
Ik reageer nu nog wat bits
Maar drijven ze het op de spits
Word ik er botweg uitgesmeten
Dan zal men dat in Bolsward weten
Want verderop schijnt er een kerk
Bezaaid te zijn met houtsnijwerk’
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tweezaamheid



hoe eenzaam kun je zijn, omringd door mensen
als man een waardeloze entiteit
of, erger nog wellicht, in tweezaamheid
miskend en onbemind in al je wensen

een schuilplaats heb je niet in tweeverband
je wordt misschien verstolen diep gehaat
maar vrouwlief hangt een mantel om haar kwaad
die van een liefde, hard als diamant

ze stapelt kolen brandend op je hoofd
al weet je toch: mijn spijt wordt niet geloofd
en ongemerkt verkilt bij jou het hart

je duwt haar strelen weg, zo langzaamaan
en slaat geen acht meer op die ene traan
gelooft geen woord van haar oprechte smart