dankkoekoek
 
Een boer beperkt zich meestentijds tot zwijgen
Maar staat hem wat Den Haag bepaalt niet aan
Dan denkt hij: ‘Zal ik eens de boer op gaan
En kijken of ik ze ook om kan krijgen’
 
Hij gaat dan in colonne met de trekker
De snelweg op met al dat spitsverkeer
Gezellig met collega’s in de weer
Zo’n dagje uit is eigenlijk best lekker
 
En aangekomen in de grote stad
Heeft hij de tractor keurig neergezet
De pet gaat af hij vraagt beleefd belet
Gewoonlijk loopt een boer de deur niet plat
 
Dan klinkt de invitatie ‘Kom maar binnen
Maar klompen uit en niet teveel rumoer
En ook geen stro en rommel op de vloer
Want anders kan de werkster wéér beginnen’
 
Er wordt beschaafd en rustig overlegd
En iedereen krijgt kans om uit te praten
En aan het eind zegt Provinciale Staten:
‘U heeft het luid en duidelijk gezegd
 
Wij komen u natuurlijk tegemoet
En excuseer we willen onderstrepen
Dat er door ons foutief is ingegrepen
Dus goede reis, wel thuis, tot ziens, gegroet
 
Wat hebben wij van gisteren geleerd?
Ons land wordt boerocratisch geregeerd
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Shakespeare

Sonnet 29

When, in disgrace with Fortune and men's eyes,

I all alone beweep my outcast state

And trouble deaf heaven with my bootless cries

And look upon my self and curse my fate,


Wishing me like to one more rich in hope,

Featured like him, like him with friends possessed,

Desiring this man's art, and that man's scope,

With what I most enjoy contented least,


Yet in these thoughts myself almost despising,

Haply I think on thee, and then my state,

Like to the lark at break of day arising

From sullen earth sings hymns at heaven's gate.


For thy sweet love remembered such wealth brings

That then I scorn to change my state with kings.

*

Lig ik in tranen hier voor Neerlands volk
En lazer van mijn rotspiek met een boog
Dan schreeuw ik mijn ellende huizenhoog
En weet: ik viel weer in mijn eigen dolk

Ik zou in grote rijkdom kunnen leven
Met vrienden alle uren om mij heen
Van wie ik schoonheid, macht en status leen
De luchtbel knapt, het mooiste duurt maar even

Ik zwelg zo nog wat door in oud chagrijn
Dan teken jij een glimlach op mijn kaken
Terwijl daarbuiten vogels hooglied maken
En psalmen fluitend in de glorie zijn

Ik droom jouw kleine hoofd tegen mijn borst
Geen cent en toch gelukkig als een vorst