Mijn jeugd stond in het teken van geloven:
Het draaide altijd om de Heere God,
rechtvaardig heerser over ’t menslijk lot.
Ja, elke voetstap werd bestierd van boven.

Gods Zoon kwam terug vanuit de dodengrot,
nu hoeven wij niet naar de helle-oven.
Niets kon mij van die zekerheid beroven;
onwankelbaar was mijn geloven tot

een vreselijke ruzie ertoe leidde
dat ik besloot om Godloos door te gaan.

Al zat er eerst nog wel wat twijfel bij, de
beslissing heeft mij altijd goed gedaan.

Maar steeds verwacht ik nog te allen tijde
de deurbel en dat God er dan zal staan.




Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Variéthee

varietePixabee
Pixabay
 
Bij het journaal serveert ze altijd thee.
Hij vraagt waarom ze het zo sterk moet maken,
of zij niet variëren kan met smaken,
dus geeft ze hem Darjeeling en Earl Grey.
 
Haar ginsengmengsel is te sterk gekruid,
zo'n netelbrouwsel is niet om te drinken,
haar gemberthee vindt hij naar gember stinken,
bij sterrenmix flapt hij een vloek eruit.
 
Ze komt met lindebloesem, verse munt,
kaneel, lavendel, rooibos en kamille,
ze blijft haar nurkse echtgenoot ter wille,
omdat ze hem wel drie, vier koppen gunt.
 
Twee vragen heeft ze slechts: wat slikt hij grif?
Wat camoufleert de smaak van rattengif?