Langste dag

Het mooiste lijf dat ik ooit zag
wordt door de zon beschenen
Het is vandaag de langste dag

Het treft me als een donderslag
het raakt me in mijn genen
het mooiste lijf dat ik ooit zag

Er wordt gebroed op elke plag
Het kwettert in de venen
Het is vandaag de langste dag

Je ligt zoals je nimmer lag
Je borsten, buik en benen:
het mooiste lijf dat ik ooit zag

De zon is spoedig overstag
maar lang nog niet verdwenen
Het is vandaag de langste dag

O, dat dit steeds zo blijven mag
O, laat dit beeld verstenen:
het mooiste lijf dat ik ooit zag
Het is vandaag de langste dag


Langste nacht

Je blanke huid is zijdezacht
We hebben nog wel even
Het is vandaag de langste nacht

Ik smelt wanneer je naar me lacht
en je aan mij wilt geven
Je blanke huid is zijdezacht

Daar buiten is het windkracht acht
Je voelt de wanden beven
Het is vandaag de langste nacht

Je kwam tot mij met toverkracht
Je kwam tot mij met leven
Je blanke huid is zijdezacht

De zon heeft nu zijn reis volbracht
blijft aan de keerkring kleven
Het is vandaag de langste nacht

Een haardvuur met daarvoor een vacht
De staande klok slaat zeven
Je blanke huid is zijdezacht
Het is vandaag de langste nacht
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Paul van den Hout overleden


Paul van den Hout (foto Bob Evers-fansite)

Het bericht bereikt ons dat op 1 december Paul van den Hout is overleden.
Paul  van den Hout (1939) was de zoon van de flamboyante Willem van den Hout, bekend onder vele aliassen, waarvan de bekendste Willy van der Heide zijn, schrijver van de Bob Evers-reeks en Willem Waterman, redacteur van het nazistische satirische blad De Gil.
Paul was een rustige, stille drinker,  omschreven als ‘zonder vaste woon- of verblijfplaats’ en geroemd om zijn geniale poëzie-vertalingen, die verschenen in De tweede ronde.
Ook publiceerde hij in dit blad (en sporadisch op Het vrije vers) zijn lightverse-gedichten, die vaak een serieuze toon hadden, in de stijl van Jan Boerstoel, Driek van Wissen en de jonge Jean Pierre Rawie.
In 2002 verscheen zijn debuutbundel Oud Heden, met vertalingen en light verse, waarin hij zich kon meten met de hogere klasse.
In 2010 verscheen nog De muze en de misdaad.
We nemen met een borrel in stilte afscheid van een van de betere en onbekendste plezierdichters van ons land.

Bede aan de barmeid

Zijn nog vooroorlogse karkas begint te kraken
en krimpen, constateert hij aan zijn lubberhuid;
zijn weke vlees ziet er als walvisblubber uit;
zijn ledematen lijken schrale bonestaken.

Hij draagt een kunstgebit dat klappert in zijn kaken,
zijn ogen gaan haast zienderogen achteruit;
door alles wat hij hoort, zeurt een gestaag gefluit;
gênant gaat hem nu zijn geheugen ook verzaken.

Zijn huisarts spreekt van Bacchus als 'de God der wrake',
en zijn driest drankgebruik noemt hij 'vermetelheid';
toch blijft zijn borreltje hem steeds naar méér nog smaken.

Ach, in het voorportaal van de Vergetelheid
mag hij toch zelf, zo lijkt het ons, de dienst uitmaken -
dus wees een schat en schenk hem nog een Ketel, meid.

Paul van den Hout (De tweede ronde, Lente 2008)