Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





Wanneer ik ’s avonds met mijn jongeheer
de Oude Zijde van de stad bewandel,
dan zie ik ogen groot als een amandel.
Mijn hart gaat als een mitrailleur tekeer.

Ze komt niet uit Den Helder of Den Andel.
Ze is geboren bij het Baikalmeer,
waaruit ik aangeslagen concludeer,
dat ik getuige ben van vrouwenhandel.

Ik sta versteend. Wat kan ik hieraan doen?
Hoe krijg ik haar weer thuis, terug naar het oosten?
Moet ik naar burgemeester Van der Laan?

Eén actie slechts getuigt van goed fatsoen:
haar voor een klein bedrag een beetje troosten,
dan hebben wij er allebei wat aan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een soort van takhmis

Nicolaas Beets
Wanneer de Kindren Groot zijn (1858)

"Wanneer de kindren groot zijn, mijn lief, mijn levenslust!"
dan gaan ze op d’r eige en zijn we van ze af
dan zullen we verhuizen, een stulpje aan de kust
Maar lief, wat een gerochel, je hoest klink als geblaf
ik ga de dokter bellen, je maakt me ongerust....

"De kindren wórden grooter — maar op hun moeders graf."