De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.

Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,

totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.

Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Oversteek



De nacht lijkt niet veel groter dan een kist,
een ruimte met uitsluitend dode hoeken
waarin je naar een uitgang ligt te zoeken
terwijl je elk gevoel voor richting mist.

Je hebt je oude leven uitgewist
toen je besloot om deze reis te boeken,
nu groeit met alle ingehouden vloeken
het voorgevoel dat jij je hebt vergist.

Je schreeuwde dat je liever wou vergaan
dan domweg te berusten in ‘t bestaan
waar God en geldgebrek je leerden knielen

maar als je ooit de overkant bereikt
is het alsof je weer een hel in kijkt:
een avondland bevolkt door bange zielen.