Joost kreeg een gloednieuw huis met mooie snufjes,
die hij aan heel zijn vriendenkring liet zien.
Er was een ruime bank met plaats voor tien.
De wijn was goed; men werd al gauw wat dufjes.

"Welaan," sprak Joost, "ik ga maar eens naar bed"
en toen heeft hij zijn vriendenkring geplet

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Sonnet voor Tichelaar



Het slobbert wat in iets te ruime pakken
zijn lichaam en de schepper van zijn kop
deed daar twee forse kaken onderop
zodat de zaak gewichtig lijkt te zakken

De poten, ongeschikt voor hoge hakken
gaan wonderlijk lichtvoetig in galop
op weg naar weer een politieke top
de biotoop van ware Dickerdacken

Maar liever drijft hij onbekommerd rond
en ligt hij als een idioot in bad
wat orendraaiend om zich heen te gluren

Hij wentelwiekt het staartje om zijn kont
en koestert het als heimelijke schat
dat hij dat ding op afstand kan besturen