Niels Blomberg geniet van het vuurwerk in zijn achteruitkijkspiegel


Dactylus-priemgetal
tweeduizendzeventien,
dit wordt een jaar
dat mij nu al bekoort,

want voor het eerst sedert
negentiennegentig
is het een
ollekebollekewoord.

Twee jaartjes wachten nog:
tweeduizendnegentien,
weer zo’n olbol-woord;
dat laat me niet koud.

Dan wordt het wachten tot
tweeduizendzeventig.
Ik word dat jaar
honderdtwaalf jaren oud.

Zou dat nog haalbaar zijn,
tweeduzendtachentig?
Dat wordt toch werkelijk
lastig voor mij.

Zes eeuwen lang is na
tweeduzendnegentig
dubbel-dactylische
rijmpret voorbij.

Hoe is mogelijk!
Zes eeuwen wachten nog!
Ach ik begrijp uw
verbijsterde schreeuw.

Even geduld tot de
zevenentwintigste
en tot de
negenentwintigste eeuw.

Terug naar het heden nu.
Vorig en volgend jaar
hebben iets aardigs
in petto zowaar.

Wij leven thans na het
tweeduizendzestiende
en vóór het
tweeduizendachttiende jaar.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een Mythe



Van uilen meende men in vroeger jaren
-Homerus schreef het ooit eens in een mythe-
dat deze vogels wijs als goden waren;
Athena kreeg er daags een op visite.

Die uil vloog ’s nachts de hele wereld rond
om alle aardse nieuwtjes te vergaren,
totdat er nauwelijks roddels over waren,
en deed Athena daarvan ‘s morgens kond.

Doch op een dag -hij was al oud van dagen-
moest deze uil voorgoed de ogen luiken.
Athena dacht: ~Dan vraag ik toch zijn kuiken
om in ‘t vervolg de nieuwtjes aan te dragen.~

Dat lukte niet en weet je ook waarom?
Zo’n kuiken van een uil blijkt oliedom.