Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Daar stond zij oog in oog met zijn maîtresse,
twee vrouwen aan twee zijden van zijn graf,
een hoopje zand; de steen was nog niet af.
Ze keken naar elkaar vol interesse.

“Wat gaf jij hem, dat ik hem niet kon geven?”
‘Ach, niet zo veel, hij hield van jou en mij.
De stiekemheid gaf een gevoel van vrij,
maar zonder jou kon hij geen etmaal leven.’

“Je hebt gelijk, het was zijn rusteloosheid.
Ik had wel vrede met de status quo.
Toen kwam die del uit Paramaribo.
Hij had geen notie van ons beider boosheid.”

‘Wel fijn, dat ik kon komen aan strychnine,
omdat ik werk heb in een apotheek.
Gelukkig dat het jou ook wel wat leek.’
“Ja zeker, liever dat dan blijven grienen.

Ik heb het in zijn whiskyglas geschonken
en in het winti-flesje in zijn zak.
Zij zit nu twintig jaren in de bak;
bewijs genoeg, de zaak was zo beklonken.”

‘Al is het beter zo, toch blijft het zonde.
Nou ja, het is gebeurd. Ik ga maar weer.’
“Kom mee met mij. Ik taal niet naar een heer,
maar wel naar warmte in mijn lege sponde.”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ik wandel op de dijk





Ik liep vanmorgen op de dijk, de zon kwam van opzij
Mijn schaduw was present en liep gezellig met me mee
Hij liep een beetje achter me, gewillig en gedwee
Maar haalde bij een bocht me in en ging me toen voorbij

Aan ’t einde van de dijk gekomen ging ik weer terug
Mijn schaduw volgde toegewijd zoals het hoort mijn spoor
En bij de bocht passeerde hij en ging me daarna voor
Dat deed hij zonder haperen, want schaduwen zijn vlug

Een grote wolk schoof voor de zon, mijn schaduw-ik verdween
En ik liep op de kale dijk verlaten en alleen
 
 
 

Koop koop koop