Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

ww
Foto: WikimediaCommons
 
Vakantie is de kunst van het vervelen,
van lekker in de schaduw met een boek,
niet drukdrukdruk, maar loze uren strelen,
alleen eruit voor kerken en kastelen,
voor strandvertier en horecabezoek.
 
Straks ga ik all inclusive naar Turkije;
dat is dit jaar de wens van het gezin.
Dat ik mij onbekommerd ga vermeien
en dat vakantievreugde gaat gedijen,
nee, daar geloof ik zelf ook niet zo in.
 
Wat moet ik in zo’n afgeladen kustoord?
Wat zou ik graag de schoonheid ervan zien!
Nu denk ik als men met gelal een fust scoort
voornamelijk aan geseling en lustmoord,
maar liever zing ik mee en drink voor tien.
 
 
Dit gedicht was goed voor de tiende plaats van de Willem Wilmink Dichtwedstrijd 2020
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Murk



Ik ben maar een Murk, dus wat moet ik?
Ik ben in de wereld gepleurd.
Had iemand verstandig besloten,
dan was dat beslist niet gebeurd.

Een Murk van een onbekend merk,
mufneuzig en brunzig van poten,
zoiets had mijn ma niet besteld.

Laat staan mijn pa:
hij lag in een deuk, maar niet heus
en wou me het liefste verloten.

Maar dat vond mijn ma toch te erg.
Dus sloot ze me op in een koekblik
en fietste daarmee naar het park
en knoopte mijn staart aan een berk.

Oote oote oote boe,
waar moest het met mij naartoe?
Ik klampte me vast aan haar jurk –
een Murk is nou eenmaal geen held.

Maar ach, mijn ma!
Ze scheurde zich los met geweld
en ging toen gewoon naar haar werk.

Hier hurk ik nu, zwaar in de kroten.
Ik knaag wat op boomschors en noten
en wacht tot de Gurkbork me wurgt.

Net heb ik mijn neus weer gestoten
dus ja, ik besta nog, vermoed ik.
’s Nachts zeur ik heel zacht: Oote oote.
Wat wil je? Ik ben maar een Murk.