kapstok
Wikimedia Commons
 
Ik ga mijn leven aan de kapstok hangen
om elke smet en schandvlek weg te wrijven,
zodat hij glanst van liefde en verlangen.
Herinneringen dienen mooi te blijven
zodat ze bij het nageslacht beklijven.
Nu denkt een ieder die mij langs ziet lopen:
“Op zo’n mooi leven kan ik enkel hopen”.
 
Het oogt van verre dan wel aardig, maar
ik zie het werk van schimmel en van mot.
De zomen zitten los, de stof is gaar.
De vleug geeft glans, dat camoufleert de rot.
In feite heb ik iedereen bedot.
Ik heb de plekken waar het leven faalt
zorgvuldig weggewerkt met draad en naald.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Nabeschouwing



Shorttrack

De rijders komen langzaam aangegleden
Rumoer verstomt; een diepe stilte valt
Net voor de starter “ready?” roept en knalt
Wordt zachtjes nog een schietgebed gebeden

De hal ontploft; de scherpe ijzers vonken
Eén hand aan ’t ijs, het strakke bochtenwerk
De favoriet vooraan houdt nu heel sterk
Het gaatje dicht – de wedstrijd lijkt beklonken

Intussen: in de commentaarcabine
Staan kaken strak, de vuisten zijn gebald
De pols versnelt, het hok begint te stomen

De finish flitst, op Molotov benzine
Wordt het gejuich de ether in geknald:
Er is weer een reporter klaargekomen