En altijd weer die man Zijn dag begon al vroeg Hij droeg zijn oude pet Een man die ik graag zag En traag was steeds zijn tred
En altijd weer die man Hij droeg zijn oude pet Het was voor hem vroeg dag Zijn tred was immer traag Een man die ik graag zag
En altijd weer die man Ik zag hem altijd graag De pet die hij graag droeg En traag was steeds zijn tred Zijn dag begon al vroeg
En altijd weer die man Het was voor hem vroeg dag Ik zag hem altijd graag Hij droeg zijn oude pet Zijn tred als immer traag
Monchielle. Ik kwam het tegen op Fwoortmeijers ‘Versvormen’. 4x 5 regels, eerste regel is eerste regel van elke strofe, rijm komt enkel voor in derde en vijfde regel. Metrum is drie jamben Het rijmschema is simpel, daarom heb de moeilijkheidsgraad voor mezelf verhoogd. Vier strofen en dus vier rijmkoppels. Dat is mijn aanwijzing.