Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Het is weer tijd voor schaamteloos ontluiken.
Het is weer volop lente. Het is mei.
Het groeit en bloeit in bomen en in struiken.
Het zaaigoed schiet te voorschijn uit de klei.

Het dartelt in de stal en in de wei
van veulen, big en lam, van kalf en kuiken.
Al wat niet levend baart legt dril en ei.
De meisjes tonen winterwitte buiken.

Straks veeg ik het gevallen blad weer op.
Het loof dat in oktober naar benee moet
is nu nog jong en groen en voedt mijn weemoed.
Ik ween om elke uitgebroken knop.

Van mij mag alles best een heel stuk korter:
de maand, de rokjes, het gedicht van Gorter.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Stoere oertaal



Linguïsten hebben zich het hoofd gebroken
Over de vraag hoe oertaal is ontstaan
Door vergelijking van het spraakorgaan
Bij mens en mensaap heeft men licht onstoken:

De eerste mensen zeiden “burp” en “grump”
Nee “grumpf” en “grunt” – nou ja, het lijkt op “trump”