Het vrije vers

Regelmatig verse verzen

Sedert 2008 hét digitale tijdschrift voor luchtige poëzie, gebonden gedichten & light verse.

Uit het archief

Onbekend werk van Drs. P 4

ma
aug
01
2011


     
               Drs. P in 1968

               
                OUDE PLATEN

 

De dingen die we niet meer nodig hebben,

Al deden zo ook nog zo trouw hun plicht,

Nu worden ze beloond met schemerlicht

En spinnewebben.

Op zolder, het tehuis voor oude dingen,

Daar boeten ze hun overbodigheid;

Getuigen van voltooid verleden tijd –

Herinneringen.

De zolderdingen leiden een gebeurteloos bestaan.

Maar op gezette tijden, dan is het volle maan.

Beneden is het rustig en de lichten zijn al uit;

En hier op zolder klinkt dan vaag een korrelig geluid.

 

(Happy days are here again)

                        Hoogbejaard maar nog kordaat

                        Speelt een ouderwetse kortspeelplaat

                        Van Paul Whiteman, Hylton of Jack Payne:

                        ‘Happy Days Are Here Again’.

                        De jaren die vergingen, ze zingen weer hun lied.

                        De afgedankte dingen vergeten hun verdriet;

                        Ze denken niet aan ouderdom en niet aan ’s werelds loon,

                        Maar luisteren tevreden naar hun mooie patéphone.

(Louise)

                        Met zijn strooien hoed en zijn grappig profiel,

                        Kreuk in zijn stem en Parijs in zijn ziel –

                        Jong als een kind,

                        Wereldbemind:

                        Maurice,

                        Maurice.

 

                        De maan heeft lang geschenen, ze heeft op wacht gestaan.
                        Nu is ze haast verdwenen, het heden breekt weer aan.

                        We horen nog een laatste plaat die beverig weerklinkt
                        Terwijl de zolder langzaam in zijn grijze slaap verzinkt

 

(Parlez-moi d’Amour)

                        Uit het eboniet waardoor eens haar stem werd gevangen

                        Zingt Lucienne een lied, een lied van oneindig verlangen
                        Nog een ogenblik, dan is het geluid weer vergleden
                        In ’t verleden

Dit is het laatste onbekende lied van Drs. P uit 1968 dat opdook in de nalatenschap van Lia Dorana (zie archief van 27 april en www.jasperine.hetnet).
Het is niet bekend of ze het ooit uitgevoerd heeft, Drs. P in elk geval niet, want: "Dat had veel rompslomp vereist: grijsgedraaide opnamen van Maurice Chevalier e.a. in de achtergrond tussen mijn coupletten door".
Bij de teksten zat ook nog 'Quintasy', door de doctorandus zelf wél uitgevoerd en op de plaat gezet (te beluisteren op de lp 'Een flitsende soiree met Drs. P'), een van de weinige nummers waarvan hij eerst de melodie componeerde: "De melodie is speels en pittig en met de linkerhand sla ik uitsluitend kwinten aan (op Kijk, mijn, -nist en zo verder); vandaar de naam. Ik was zelf zo voldaan over de melodie dat ik er een tekst aan toevoegde die de melodie enigszins uitdrukt".
Hieronder de originele tekst van Oude Platen.

Log hier in

Op Twitter

Snelsonnet van Nederlands.nl

  • Laatste snelsonnet - Onruststokers?

    Gedichten.nl - snelsonnetten 22 May 2012 | 1:00 am

    Laatste snelsonnet - Onruststokers? Van roken -zeggen ze- daalt je I.Q. Maar Drs. P staat sedert jaren Bekend als consument van veel sigaren Dus tja, wat zegt zo'n onderzoekje nu? Al trachten stokebrands paniek te stichten: Blijf rustig roken. Als je maar blijft dichten

Bij de buren

Rijmlijm

wo
dec
14
2011

Rijmlijm

  •  Jaap van den Born



Voor de rijmliefhebbers onder ons – en dat zijn er nogal wat op deze site - heeft  Hugo Brandt (Battus)  Corstius een boekje op de markt gebracht met, naar hij claimt, een voorbeeld van alle rijmparen in de Nederlandse poëzie, want, zegt hij: ‘Elk rijm is al eens gebruikt – hou er mee op.”
 Het is een genot te lezen hoe dichters zich door de eeuwen in bochten gewrongen hebben om iets rijmends tot stand te brengen en tot welke vaak kreupele resultaten dit leidde  en de aangedragen voorbeelden zijn dan ook meestal lachwekkend; soms bedoeld (Kees Stip, Drs. P), maar meestal niet.
Voor wie begrip heeft voor de opwinding en razernij die zich van Drs. P meester maakte bij het lezen van Achterberg (“Het geweer stond tegen een boom/ het was een achterlader, nog van mijn oudoom”) is een waarschuwing wel op zijn plaats: dit boek kan leiden tot een hartverzakking en totale geestverwrakking.
Dit rijmpaar akking/akking zul je missen in dit boek en dat is niet het enige.
 Hoewel de auteur in zijn voorwoord zegt dat hij het geschreven heeft ”om alle rijmen op een rij te zetten die ooit in de Nederlandse poëzie gebruikt werden” zijn de omissies niet van de lucht.
Hij heeft van Drs. P wel ‘eup’ opgenomen (“Een gifslang beet mij…in de heup…/Zij is verdwe…nen in… het… kreup…”), maar niet ‘erfst’ (herfst/driewerfst) en ook mis ik in de gauwigheid ‘intig’ (“Een klacht van tafel twintig/ De eigenheimers smaken bintig’- van Ivo de Wijs meen ik) en het befaamde ‘binnenskieuws’ van Kees Torn.
Dat ik zelf ook nog eens op'herfst' gerijmd heb door in een gedicht als ik-figuur een kleuter de tanden uit te slaan en het ventje te dwingen antwoord te geven op de vraag welk feest na sinterklaas komt laat ik dan nog buiten beschouwing.
In het voorwoord doet de schrijver hatelijk tegen mensen die rijm gebruiken in gedichten en ook op de achterflap staan misselijke opmerkingen en wordt gezegd dat de schrijver ten strijde trekt tegen het eindrijm en stelt hij dat eindrijm verboden moet worden.
Het Nederlandse rijm is, zegt hij, gestorven en dit boek is de grafgroet.
En hij besluit zijn gloedvolle betoog met : “Mocht een dichter dit boek gebruiken om een rijmwoord te krijgen, dan lach ik hem uit.”

Nou doen we dat ook niet, daar is Jaap Bakkers rijmwoordenboek voor, dat de schrijver in zijn inleiding ook noemt en wel als het beste rijmwoordenboek ter wereld.
Wat we ook niet doen is aannemen dat de schrijver de waarheid spreekt als hij zijn mening over rijm geeft; wij liegen als dichters ook immers de waarheid? En Hugo Brandt C. doet dit gaarne in proza, daarbij zijn werkelijke mening verstoppend in de tekst, bereikbaar via een sleutel.
Zo herinner ik mij een column van zijn hand, pakweg dertig jaar geleden, waarin hij iemand aan de kaak stelde als zijnde corrupt, minutieus vertellende hoe hij hem omkocht door een bankbiljet tussen de pagina’s 75 en 76 van een boek te leggen en dit hem toe te schuiven.
Probeer dit maar eens in elk willekeurig boek: dit is onmogelijk.
Ook in dit voorwoord is zo’n sleutel verstopt, tot nu toe onopgemerkt door de recensenten.
In de eerste alinea zegt hij: ‘Maar een gedicht waarin de regels aan hun uiteinde op elkaar lijken, zoiets gooi ik direct weg”.
(cursivering van mij).
Om aan het einde op te merken: ‘Ik ben alle Nederlandse poëzie die ik bezit  (cursivering van mij) gaan herlezen en heb elk nieuw aangetroffen rijm genoteerd”.
En dat bezit van weggeworpen rijmende poëzie bestaat volgens het register uit het werk van maar liefst vierhonderdvijftien, vaak nog steeds  rijmende dichters.

Maar de echte sleutel vind je op de achterflap: “..en voert aan de hand van honderden voorbeelden uit de Nederlandse literatuur een vurig pleidooi voor het vrije vers”.
Je voert natuurlijk geen pleidooi voor iets met louter voorbeelden van de tegenpartij: dan voer je een pleidooi tégen iets aan de hand van voorbeelden.
De sleutel is dan ook amper verholen: ‘en voert aan de hand van honderden voorbeelden uit de Nederlandse literatuur een vurig pleidooi voor Het Vrije Vers”.

 

Hugo Brandt Corstius: Rijmlijm, Uitgeverij De Harmonie, Amsterdam 168 pagina’s