Onze Reizend Correspondent, de bekende radioloog Cees van der Pluijm, maakte ons attent op de volgende mededeling:

Met genoegen sturen wij u hierbij de link voor het zevende nummer van De Utrechtse Boekhouder (3e jrg., 2013, nr. 2), het gratis digitaal tijdschrift voor Utrechts literair erfgoed. U kunt het zevende nummer op een eenvoudige manier vanaf de website van Salon Saffier downloaden.
Aanwijzingen:• klik op deze link:  er wordt dan om gebruikersnaam en wachtwoord gevraagd; voer als gebruikersnaam/username “boekhouder” en als wachtwoord/password “DUB2012” in (N.B. aanhalingstekens in beide gevallen weglaten!)• druk op OK en het bestand komt binnen.
Vooral doen, want het bevat een boeiend interview met Drs. P over zijn jeugdjaren in Utrecht.
Wel wordt in dit interview gemeld dat Drs.P nooit een gedicht over Utrecht geschreven heeft, wat onze immer alerte Polzerwatcher Michèl de Jong er toe bracht alle platen en cd's van Drs.P af te spelen om laat in de nacht  te ontdekken dat op de 8e van 'Drs. P compilé complé' dit nummer te beluisteren valt van een optreden op 19 april 1980 in Soest:


We hoeven er geen doekjes om te winden
U wilt nu weleens weten hoe of wat
Men moet er geen conclusies aan verbinden
En mag het zelfs heel onbelangrijk vinden
Maar ik heb eens gewoond in deze stad

Utrecht, Utrecht
We denken dan aan singels en aan grachten
En die grachten rijmen zonder meer op nachten
En die heb je hier in Utrecht vaak

Utrecht, Utrecht
Er staat ook een bijzonder hoge toren
En beroemde mensen zijn er zelfs geboren
Of ze zijn misschien nog in de maak

Een jaar of acht heb ik alhier versleten
En voor een kind is dat een heel bestaan
Een aantal dingen zal ik nooit vergeten
Bijvoorbeeld hoe bepaalde punten heten:
Janskerkhof, Biltstraat, Vreeburg, Maliebaan

Utrecht, Utrecht
Er is gelegenheid om te studeren
Te bezichtigen of zelfs te exposeren
Maar je kunt er ook weer snel vandoor

Utrecht, Utrecht
Een knooppunt van diverse spoorweglijnen
Om de haverklap vertrekken hier de treinen
Tot geluk van de familie Spoor

Ik heb er ook veel onderwijs genoten
Eerst lager-, toen twee jaar gymnasiaal
Dat hoofdstuk werd vervolgens afgesloten
Al heeft Latijn me nooit zo erg verdroten
Amo, amas, amat; een mooie taal

Utrecht, Utrecht
De stadsgezichten zijn er niet exotisch
Ja, ze hebben nog een leuk restantje Gothisch
Maar bijzonder weinig rococo

Utrecht, Utrecht
Ook Jugendstil saneren we wel even
Met de Dom valt zelfs in Utrecht wel te leven
't Kan verkeren, zei reeds Bredero

In '33 heb ik het verlaten
Het beeld vervaagt, en toch: het doet je wat
Je weet de weg nog in de oude straten
We zullen er niet verder over praten
Maar eens heb ik gewoond in deze stad
         
 



 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Heldere taal

x004a Bert van Helder 198x300

 

Op de site van het vernieuwde Meander magazine staat een recensie van de bundel Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten van Bert van den Helder. Inge Boulonois schreef de recensie, de link staat onderaan dit bericht.
 
Nu was het plan om hier de bundel ook inhoudelijk te bespreken, maar omdat Inge dat al voortreffelijk heeft gedaan volstaan wij met wat voetnoten en zullen we rijkelijk citeren uit een bundel die dat verdient. Daar beginnen we hieronder mee, en de komende tijd zullen we zeker nog eens plukken uit deze bundel.
 
Wat meteen opvalt is de fraaie cover met de formule die door de titel daarna dunnetjes wordt onderstreept. Mooi mat wit trouwens, wij houden ervan, en stevig karton, niet van dat flubberige spul. Dat de formule bij strikte ontleding 52 jaar zou opleveren mag de pret niet drukken. Maar valt u ons gerust aan op dit punt.
 
Een bundel met een grote diversiteit aan inhoud. Gedichten die strak in de vorm zitten - zoals ook de indeling in vier afdelingen, semi-vrije verzen, ritmisch sterke gedichten en kort werk dat vooral op de punchline is gericht. Dat laatste is niet altijd het meest geslaagd, in de gedichten die de lichte toets combineren met een serieuzere toon is Van den Helder op zijn sterkst en vindt hij ook een eigen geluid.
 
Als voorbeeld van bovengenoemde ritmiek, uit 'Ganzen' met een ik die op de dijk fietst met de wind in de rug: 'het pad is lang, het pad is recht/een grote groep met grauwe ganzen/komt van achter aangevlogen/richting wordt iets afgebogen/komen in mijn baan terecht'. Niet alleen wint deze taal aan kracht door weglating, ook de subtiele verschuiving van 'komt' naar 'komen' en van de groep als eenheid naar de zich om de fietser verspreidende ganzen is beeldend. Zo ook de onvermijdelijke afloop verderop: 'daar ik zelf nooit vliegen zal/geniet ik dubbel van mijn val'. Plezierig pessi-optimisme.
 
 
Mijn tante
 
Mijn tante was zo ijdel als een pauw
haar haren wit, haar blouseje strak gestreken
wat ik moet doen nu zij reeds is bezweken?
Ze houdt niet van die donkerzware rouw.
 
Dus zonder schuldgevoel hijs ik haar gauw
in haar antieke hagelwitte trouw-
jurk. O, wat wordt ze veel bekeken
als bovenaardse engel vergeleken.
 
En na een jaar of tien dan wil die vrouw
- al komt het niet zo aan op een paar weken -
dat ik dan haar skelet opgraven zou
en dat ik al haar botten mooi zal bleken.
 
 
Bert van den Helder

Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten
Stichting Korreltje Zeezout, 2018
Bundel bestellen en verdere info: www.lichteverzen.nl

Recensie op Meander Magazine:

https://meandermagazine.nl/2018/12/bert-van-den-helder-een-jaar-is-vier-kwartaal-in-tweeenvijftig-lichte-gedichten/