blauwiglicht
 
Van de hand van Christiaan Abbing verscheen onlangs zijn eerste
eigen dichtbundel: ‘Blauwig licht en vrolijker verzen’.
 
Een bundel met bijna 100 pagina's light verse: sonnetten, sonnettines, sonnettettes en nog heel veel andere verzen.
 
Een deel van deze verzen waren al eerder te lezen op Het vrije vers of op de eigen website van Christiaan, maar het titelgedicht 'Blauwig licht' is exclusief voor deze bundel: een sonnettenkrans in vijftien verschillende sonnetvormen over onze moeizame verhouding tot de digitale wereld van smartphones, smartwatches, algoritmes, big data, big tech, enzovoort.
 
Een voorproefje uit de bundel:
 
KUNSTWERK
 
Ik wandel kalmpjes door een galerij
Waar hobbykunstenaars zijn neergestreken
Ik slof van beeldhouwwerk naar schilderij
Totdat ik alle stukken heb bekeken
 
Tot plotseling mijn ogen blijven steken
Bij één paneel, een beetje buiten het bereik
Een levensgroot portret dat lijkt te spreken
Dit werk geeft van een echte meester blijk
 
En toch, hoe langer ik de plaat bekijk
Hoe meer ik dit portret vind tegenvallen
Want kijk: die oren zijn echt ongelijk
Wat kan zo'n wipneus een gezicht verknallen!
 
Nu hoor ik achter mij een zacht gegiechel:
Ik staar al vijf minuten in een spiegel
 
 
Blauwig licht en vrolijker verzen is te koop voor € 17,49
en verkrijgbaar via Brave New Books of in de betere boekhandel.
Bestellen kan o.a. hier
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De held van Labbertong VII

De held van Labbertong VII

Agatha was gewoonweg op hem toegesprongen
Al leek zij vrij onwetend en behoorlijk groen
Toch lagen zij in korte tijd verwoed te tongen
Zou het zijn charme zijn geweest of toch zijn poen?

Ach nee, het waren vast en zeker Remko’s ogen
Twee hemelsblauwe meren, die zij had gespot
Waardoor zij zo onstuimig werd, zo opgetogen
En zich gewillig overgaf aan het genot

Niet lang daarna verloor de kloostermaagd haar eer
En sloeg zij heel devoot haar beide ogen neer
‘O Remko, lieveling, al ben je nog zo’n grote,

Ik heb er over nagedacht maar ik zeg stop
Ik geef het kloosterleven absoluut niet op
Laten we teruggaan naar ons beider groepsgenoten’


wordt vervolgd