
Zandweg met gaten, een veenpad vol brij
Overal glijd ik doorheen met mijn Skoda
Als een stuk zeep langs een vochtige dij,
Ga ik een keer tot mijn dak door de klei
Dan staat er thuis mooi een emmer met soda

Ik ben nog lang niet levensmoe
Ik wil nog naar van alles toe
En nog veel meer
Naar Yokohama, naar mijn pa
Naar Phantom of the Opera
Naar Wormerveer
Maar alles iseen zoveel
Want telkens doe ik maar een deel
Dan stopt het weer
Mijn volgend reisje is nu naar
Het verre vreemde Tibet waar
Ik mij bekeer
Als ik me aan ’t Boeddhisme wijd
Zodat ik als ik overlijd
Reïncarneer
Mijn volgend leven kom ik toe
Aan alles wat ik nu niet doe
En nog veel meer
(Niet ingezonden bijdrage voor de Willem Wilminkwedstrijd)