Ik had nog niet vaak over liefde gedacht
wel droomde ik soms van een borst of een bil
maar vaker van boter die zacht kwam gedropen
langs lauwwarme poffert uit Enumatil

Haar naam was Mathilde, ze fluisterde zacht:
Ik vind je wel aardig, dus vraag wat je wil
terwijl ze dicht tegen me aan kwam gekropen
en toen vroeg ik poffert uit Enumatil

Mathilde had blijkbaar iets anders verwacht,
ze stond meteen op en ze antwoordde kil
en stond daarbij woedend haar blouse dicht te knopen:
Stik jij maar in poffert uit Enumatil

En steeds voel ik weer als ik denk aan die nacht
het water spontaan naar mijn mondhoeken lopen
vanwege de poffert uit Enumatil

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Album van de Indische poëzie 5


Kampong Mahu, Saparua 1987



In 1987 maakte ik een reis naar de Molukken en schreef naar aanleiding daarvan een aantal gedichten. Zo’n tien jaar geleden ontmoette ik Patty Scholten voor het eerst in Amsterdam en tot onze verrassing bleken we niet alleen dezelfde kampong op het eiland Saparua te hebben bezocht, maar over dezelfde vissers, zonsondergang en matjes met drogende kruidnagels te hebben geschreven, met ongeveer dezelfde strekking. Het octaaf van haar sonnet vond ik terug in mijn gedicht Molukken 1987 en het sestet in mijn sonnet Tjenkeh. Aardig voor de lezer om dat hier eens te vergelijken.

(Dit gedicht verscheen in de bloemlezing Wonder en geweld, samenstelling Hans Straver, Utrecht 2007)