generatieconflict
WikimediaCommons
 
Mijn jonge arrogantie was vrij groot:
Ik zou niet zoals hij met moeder trouwen
en elke dag met zware zakken sjouwen
maar later op hem neerzien als piloot
 
Alsof in hem een oermens was ontbloot
schonk hij me met zijn licht behaarde klauwen
een luchtreis die ik weken zou berouwen
waarna ik tot behoedzaamheid besloot
 
Dus liet ik me bescheiden imponeren
door buurman H want die was buschauffeur,
een soort piloot maar dan van lager sferen
 
Hij gaf mijn toekomstdromen weer wat kleur
en schonk me met zijn pet en zwarte kleren
tenminste de illusie van grandeur
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Mijn ceder (Utrechts sonnet 5)



Met dank aan Han G. Hoekstra 


Ik heb een ceder in mijn tuin geplant
En hem flink coniferenmest gegeven
Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
Toch zie ik naalden heel unheimisch beven

Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
In bomen planten ben ik zeer bedreven
Wat is hij blauw, is hij misschien van stand?
De soort staat als verdraagzaam aangeschreven

Wat is hij blauw, is hij misschien van stand?
Voelt hij zich voor mijn tuin te zeer verheven?
Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
Toch zie ik naalden heel unheimisch beven

Ik zeg het hier maar helemaal vrijuit:
Naar mijn idee belazert hij de kluit –