Het begon allemaal met Ilja Pfeijffer, die beweerde de eerste sonnettenkrans in Nederland geschreven te hebben, vijftien geschakelde sonnetten, waarvan de laatste bestaat uit de beginregels van de vorige.

Alom bewonderd door kritiekloze critici, werd hoongelach zijn deel onder wél terzakekundigen, die vaststelden dat er in zijn werk in de eerste plaats geen sprake was van sonnetten, maar van veertienregelige kreupelrijmen en in de tweede plaats er al tal van sonnettenkransen in ons taalgebied waren verschenen.
Wél inspireerde deze gotspe een aantal dichters tot het maken van nieuwe sonnettenkransen en ontstond een onverwacht neurologisch effect in de synapsen van Bas Jongenelen en Martijn Neggers.

Een sonnettenkransenkrans!
Een werkstuk van 196 sonnetten, bestaande uit 14 sonnettenkransen waar het laatste sonnet bestaat uit de beginregels van de uit beginregels bestaande laatste sonnetten uit sonnettenkransen, was zover bekend nooit gedaan. Was dit überhaupt mogelijk?
Het duo besloot gewoon te beginnen met een groots en ingewikkeld schema en, na het al snel doorbranden van verschillende schakelsystemen in de voorhoofdskwab, hulp in te roepen.
Enkele tientallen dichters, waarvan vele met naam en adres bekend bij Het vrije vers, schoten te hulp en het onmogelijke werd tot stand gebracht: de waarschijnlijk* eerste sonnettenkransenkrans uit de wereldliteratuur was een feit.

Een crowdfunfddinges, om een Nederlandse term als geldinzamelactie te vermijden, bracht voldoende fondsen bijeen om het in druk te laten verschijnen en ook jij kunt dus in het bezit komen van een eenmalig en uniek prachtboek.

Wees er wel snel bij, over een week sluit de mogelijkheid.
Via onderstaande link kun je een exemplaar (of meerdere: denk aan de verjaardag van je oude schoolmeester) bemachtigen en er zelfs een poster bij krijgen - tegen ferme bijbetaling uiteraard - met al die dingen schematisch in beeld, wat een fraai inzicht geeft in het ontstaan van een burn out bij letterkundigen.
Dus klik hier.

*Voor absolute zekerheid zoeken we nog iemand zonder stofallergie, die bereid is alle archieven na te pluizen, op zoek naar die ene malloot die wellicht, verborgen in het duister, zoiets al tot stand heeft gebracht. Krankzinnigheid is tenslotte niet alleen aan onze eeuw voorbehouden.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Bachsonnet (Beknopte uitleg)



Een Bachsonnet zou geen Bachsonnet,zijn als het niet nokvol zit met symboliek.
Allereerst de naam Bach. Als je de naam vervangt door getallen krijg je 3+1+2+8, dat is samen 14. Precies het aantal regels van een sonnet.

Veel muziekstukken van Bach zijn geschreven in de cantate vorm. Sommige wat langere cantates zijn zo geconstrueerd dat (in de Lutherse eredienst) een korter gedeelte voor de preek en een langer gedeelte na de preek werd uitgevoerd.
Het deel voor de preek werd opgeknipt in een aantal delen rondom de bijbelteksten die werden gelezen.

Het korte deel voor de preek bestaat uit opening, recitatieven en koralen en is bedoeld als explicatie: uitleg van de teksten.
Het langere deel na de preek, de coda of het slotstuk, is bedoeld als applicatie ofwel toepassing waarmee de gelovigen werden heengezonden om hetgeen wat in de prediking werd geleerd in praktijk te brengen. Hierin zitten een aantal herhalingen, weergegeven door de twee wisselende rijmwoorden van regel 8 t/m 13 en een hoopvolle slotregel die weer op regel 7 rijmt.

Dit klinkt best serieus jonges en meisjes maar ik heb dat in het Bachsonnet vertaald in het sextet, bestaande uit de drie delen van 2, 1 en 3 regels. Hierin leg je het plot uit.

De coda, het octet laat de uitwerking, het complot, de toepassing zien.
Wellicht oogt het wat zwaar, maar dat hangt ook van de inhoud af.

Persoonlijk vind ik de uitwerking van Niels een hele aardige. Drie personen die in het eerste deel worden voorgesteld en in het tweede deel iets onverwachts doen.