Tram
Wikimedia.Commons
 
Daar komt hij zwaar van ouderdom
Statig en traag het hoekje om
Van dromen en herinneringen
Hij belt, hij ziet me heus wel staan
Z’n open wagen achteraan
De zomertram van Scheveningen
 
En kijk, ik ben weer onverwacht
Een jongen van een jaar of acht
En voel me rijk en hou van hem
Die feestelijke gele tram
 
Daar rijdt hij haastig voor z’n doen
De stad uit onder wuivend groen
Ik stel mij ongeduldig voor
Dat ik ver weg de zee al hoor
Als we de Parkstraat in gaan draaien
Maar bij de Frankenslag begint
Er toch pas echt een koele wind
Over de hoofden heen te waaien
 
Nu krijgt de wagen vleugels en
Ik weet dat ik er bijna ben
Omdat de motor hoog gaat zingen
En dan draait hij het Zeeplein op
Met al z’n vlaggetjes in top
De zomertram van Scheveningen
 
M’n vader heeft een wandelstok
M’n moeder draagt een witte rok
En ‘t ezeltje waarop ik rijd
Is aardig en neemt alle tijd
 
Tussen de planken van de Pier
Zit er bij elke stap een kier
Waardoor je of je wilt of niet
Beneden je de golven ziet
Die groen en woest elkaar begraven
Een man met baard knipt m’n portret
Een zwart en krullend silhouet
Een schuit gaat fluitend naar de haven
 
Het strand maakt vrolijk, licht en blij
De dag gaat veel te vlug voorbij
In flitsen en in schitteringen
En al die tijd in ’t hemels blauw
Wacht boven in de verte trouw
De zomertram van Scheveningen
 
Ik zit weer op wat glimmend hout
De richelvloer ligt vol met goud
Van 't laatste afgeschudde zout
En ik hou m’n schelp in m’n hand
 
Daar rijdt de tram weer naar de stad
Maar nu of hij geen haast meer had
De avond komt, maar 't is nog warm
Mijn vader drukt m’n moeders arm
En ik denk zo zou het moeten blijven
Zo met die zeewind in ons haar
Zo zondags en zo bij elkaar
Geluk door niemand te verdrijven
 
Op een balkon niet ver vandaan
Moet nog een schepje van me staan,
Zo gaat het over, al die dingen
Een vader met een wandelstok
Een moeder met een witte rok
De zomertram van Scheveningen
 
Ter nagedachtenis aan Michel van der Plas 23-10 1927 - 21-07-2013
Uit: Moeder, ik wil bij de revue – Nijgh en Van Ditmar 2006
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Kinderverdriet

In  het Belgische Humo verscheen in 1986 een serie over kinderleed. De redactie verzocht Drs. P het introductievers te maken dat in de vorm van deze ballade verscheen in het nummer van 11 augustus, vergezeld van het portret van een aandoenlijk kereltje in lederhosen met bekende gelaatstrekken:
 




De boodschap van HUMO was zeer expliciet :
De markt heeft nog ruimte voor meer exemplaren
Al hebben we reeds een gigantisch debiet
We zetten nu alles op haren en snaren
En zoeken een middel om opzien te baren —
Doeltreffend, oorspronkelijk, hard als graniet
(Onnodig ditmaal om gevoelens te sparen)
Dus zend ons een stuk over kinderverdriet

Het kinderverdriet van Geertruida of Piet
Daar hoeven we ons niet zo blind op te staren
Wellicht bij de nonnen zéro de conduits
Of pijnlijk vermaan bij de Paters Tartaren
Voortijdig contact met cognac of sigaren
Verlies van een teddybeer, oog of parkiet
En nepleveranties van drughandelaren —
Banale gevallen van kinderverdriet

Mijn smart daarentegen was geenszins gratuit
Ik denk aan mijn ouders, die weerwolven waren
Mijn broer de nudist (en daarbij travestiet)
Mijn zuster, gebezigd door 9 huzaren
Mijn lievelingskreeft — ai, nog voel ik zijn scharen —
Mijn schoolvriend, geraakt door een meteoriet...
Gelet op het voorgaande, valt te verklaren
Hoezeer ik geneigd was tot kinderverdriet

O lezers, de tranen die U thans vergiet
Zij kunnen in bitterheid niet evenaren
Wat ik heb vergoten in vroegere jaren
Het vloeibaar product van mijn kinderverdriet