Zwervend langs verborgen wegen
Bij het melkwit licht der maan,
Kwam ik het kokootje tegen
Met zijn wollen wiebuis aan.
 
Het geklapper van zijn oren
Hield de weerwolf uit zijn slaap,
Maar ik vroeg hem onvervroren:
Is je vader nog een aap?
 
En je moeder nog een grote
Grijsgebokte babiaan,
En dool jij door zeven sloten
Met je wollen wiebuis aan?
 
Het kokootje boog gelaten
Zijn met mos begroeide hoofd;
Wie zich op de wind verlaten
Worden door een kool gestoofd,
 
Sprak hij droef, een traan wegpinkend
Uit zijn ooghoek, rood en nat;
Dan verdween hij, zachtjes hinkend,
Langs een kersvers hazenpad.
 
 
Ter nagedachtenis aan Cees Buddingh' 07-08-1918 - 24—11-1985
Uit: Gorgelrijmen, uitg, A.W. Bruna 1953
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Met een been in het graf

Toen Simon, nadat hij was overleden,
Raar hinkend voor Gods rechterstoel verscheen
Zei hij: “Ik mis helaas mijn rechterbeen,
Maar anders was ik voor U opgetreden.” 

Toen sprak de Heer: “U kunt meteen beginnen:
Dat been is goddank al een tijdje binnen!”


Een paar weken voordat Simon Vinkenoog overleed is zijn rechteronderbeen afgezet. Daarover schreef Driek van Wissen voor Het vrije vers het gedicht Hij ziet er geen been in. Driek van Wissen en Simon Vinkenoog waren beiden ooit Dichter des Vaderlands.