Gerrit Komrij
Wikimedia Commons
 
Als alle mensen op hun handen liepen
En ankers bleven drijven op de Rijn,
Als oesters ongehoorde dingen riepen
En naalden ons doorstaken zonder pijn,
 
Als kangoeroes in hemelbedden sliepen
En mummies konden zingen in hun schrijn,
Als piramiden soepel zouden zwiepen
En modderbaden geurden naar jasmijn,
 
Als reuzen gingen zwemmen in 't ondiepe
En er geen einde kwam aan dit refrein,
Dan hoorde ik een raamkozijn zacht piepen
En kuste jij me, dwars door het gordijn.
 
 
Ter nagedachtenis aan Gerrit Komrij, 30-03-1944 - 05-07-2012
Uit: Alle gedichten tot gisteren, De Arbeiderspers
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Happen

schaap veronica
 
 
Hoi! Riep het schaap Veronica, we mogen weer naar buiten!
Dat moeten we gaan vieren met een lekker hapje voer,
het gele gras is droog en ook de klei begint te kluiten:
ik ga eens lekker stappen en ik neem een dagretoer.
 
Ze belde bij de dames Groen en mocht gelijk naar boven.
Die zeiden: Blij dat u er bent, we zijn zo opgefokt
van al die dagen binnen zitten, wilt u wel geloven
dat niemand hier goed tegen kan: zes weken opgehokt.
 
Eerst dronken ze een kopje thee en aten ze tompoezen.
Ze belden ook de dominee en die kwam op bezoek.
Toen gingen ze gevieren in het oude centrum kroezen
waarna het tijd werd voor een lekker hapje op de hoek.
 
Ze kwamen op ’t terrasje en daar werden ze gescheiden.
Een dame deed een inteek en ze vroeg met onfatsoen
naar koortsen, natte neuzen en nog ander prangend lijden:
En heeft u ook corona? Nee? Dan zet ik u op groen.
 
Gaat u maar in de rij, drie passen afstand en geen klachten.
Nou jaa, riep nors de dominee, wat is dit voor onthaal!
Ze moesten aan twee tafeltjes daar buiten zitten wachten
en kregen dan de kaart van ‘Hapsalon Het Nieuw Normaal’.
 
Nou goed, zei toen Veronica, vooruit maar, ik bestel
voor ieder friet met mayo en een vette frikandel.