Neeskens
WikimediaCommons
 
Denkend aan Neeskens
zie ik benen als lieren
traag door oneindig
grasland gaan,
bundels oneindig
zwellende spieren
als rode pluimen
in zijn armen staan,
en in de geweldige
ruimte daarachter
zijn tegenstanders
verspreid op het land:
halflinies, spitsen
geknotte stoppers,
kermend en kronkelend
in vers verband.
Zijn adem gaat zwaar
en zijn grommende vloek wordt
in Fadroncs troostende
armen gesmoord,
maar in heel de wereld
wordt het blonde gevaarte
met zijn eeuwige dampen
gevreesd en gehoord.
 
Naar: Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman
Michel van der Plas  23-10-1927  - 21-07-2013
Uit: Het tweede schuinschrift, Ambo 1974
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

a propos

Ik liep eens met m'n vrouw door Westkapelle.
Je hebt daar rode daken, verse vis.
Wij weten allebei wat lekker is
en gingen malse kibbeling bestellen.
Ik dacht ineens: hoe oud zouden we worden?

Maar dat is nu niet aan de orde.