Voor mij geen vis- of oliebollenkramen, ik koop bij Dirk een oudewijvenkoek, daar is ook groene kool in de reclame, voor witbrood breng ik Jumbo een bezoek.
Voor tweedehands hoeft niemand zich te schamen, wie draagt er nooit een vale spijkerbroek? Maar als ik wandel met Marieke samen, ben ik degene met een kringlooplook.
Voor samenwonen ben ik een obstakel, hoe knopen wij de eindjes aan elkaar? Zij zegt: ‘Het wordt een financieel debacle.’
Ik zeg: ‘Ik zie geen principieel bezwaar.’
Ze roept me onbarmhartig tot de orde: ‘Je had geen fulltime dichter moeten worden.’