Ik wacht tot mijn vriendin weer bij mij op de stoep zal staan
Het was nog middag toen wij zwijgend in de kamer stonden
Ik lig in bed, ik lees een strip, mijn leeslamp die staat aan
Ik tel al sinds het twaalf uur is geworden de seconden
Ze vroeg me, is er iets, ik zei, wat zou er moeten zijn dan?
en hoopte dat zij zeggen zou wat ik niet had gezegd
Ze lachte en ik lachte terug, daar had het alle schijn van,
Ze wierp me nog een handkus toe, ik dacht: ze meent het echt

Ze duwt me van zich af wanneer de wereld aan haar trekt
en houdt me vast zodra diezelfde wereld haar laat vallen
Ik doe precies hetzelfde, alles aan ons huisje lekt
Een lijden lijd je nooit alleen, je deelt het met z'n allen

Ze heeft me net gebeld, ze neemt vannacht de laatste trein
Ik antwoord alsof ik gezond heb tussen zonnebloemen
Mijn god, wat ga ik ver om niet alleen te hoeven zijn,
Of is dat wat de mensen, als het goed gaat, liefde noemen?
Nee, liefde is een dier, onzichtbaar groeiend langs een meetlat,
En pas als het volgroeid is toont het zich als leeuw of schaap
We moeten praten, zou ik moeten zeggen, maar ik weet dat
als zij in bed kruipt en me kust, ik doe alsof ik slaap

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Magnetron






Frituur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is frituur nog in dit land?
Een zak patat, te zout en niet krokant,
Een frikandel die rimpels heeft gekregen.

Wel krijgt de snelle hap van mij de zegen,
(Slechts vijf minuten op de hoogste stand)
Die zorgt voor glimlach en gewatertand,
Door zogenaamde kenners doodgezwegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
De keuken hield haar wonderen verborgen 
Tot jij je ware zegetocht begon.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Na weer zo’n heerlijk feestmaal zonder zorgen,
Domweg gelukkig, met mijn magnetron.