Ik hoorde plots haar kreet van moord en brand
Op blote voeten vloog ik naar beneden
En sprong behendig over zeven treden
Ze krijste door, wat was er aan de hand?
Ik gaf de kamerdeur een flinke zwier
En zag haar kermend naar de tafel hinken
Welk euvel kon mijn meisje zo verminken?
Al rennend riep ik ‘Liefje, ik ben hier!’
Ik hoorde haar ‘Stop, nee, schat!’ niet op tijd
Ook ik kon toen mijn tranen niet bedwingen
Mijn hoofd werd rood, ik riep de wreedste dingen
Van al die woorden kreeg ik later spijt
Daar lag die Deense hufter op de grond
Dat legoblokje had ook mij verwond
Op blote voeten vloog ik naar beneden
En sprong behendig over zeven treden
Ze krijste door, wat was er aan de hand?
Ik gaf de kamerdeur een flinke zwier
En zag haar kermend naar de tafel hinken
Welk euvel kon mijn meisje zo verminken?
Al rennend riep ik ‘Liefje, ik ben hier!’
Ik hoorde haar ‘Stop, nee, schat!’ niet op tijd
Ook ik kon toen mijn tranen niet bedwingen
Mijn hoofd werd rood, ik riep de wreedste dingen
Van al die woorden kreeg ik later spijt
Daar lag die Deense hufter op de grond
Dat legoblokje had ook mij verwond

Pexels
