Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Etterende pestkoppen, krijtstof op je trui
Ziektekiemen in de lucht, valse jongenlui

Zware ouderavonden, altijd eigen brood
Slepen met je boekentas, weer een leerling dood

Hoge stapels nakijkwerk, schreeuwen in de klas
Zweet en deo ademen, altijd krap bij kas

Dyslexie of hoogbegaafd, krijtjes weggepakt
Geen respect voor ouderdom, leerstof afgevlakt

Regels worden opgelegd, halve klas haalt vier
Vechtpartij in fietsenhok, veel te veel papier

Eindeloos vergaderen, klaslokaal vol troep
Werken in het onderwijs, wat een mooi beroep

 

Uit Opgesomd staat netjes, minibundel met opsommingen. Verschijnt volgende week in een No smocking machine.

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Monovocaal sonnet



BONO, YOKO & JOHN


Bono botst op Yoko’s lof voor John. Hoor:
“’Rock ’n Roll’ kotst trots”, schoolt Bono. ’Zocht
Bono’, vorst Yoko, ‘John voor rot…?!’ ”Proost!” Bocht
stroomt. Bono's toost port op tot door-

dronk. Toch, vlot schopt Yoko ’t rotjoch.
Bono’s woord stopt. Yoko’s toorn noodt
nor-tocht: voor ’n poos, Yoko bromt. Dood,
Bono noopt tot doloroso slot. Och,

Yoko’s pols, broos, nog poogt los…nop.
Stroopmoord op Bono…dom. Onttroond,
Yoko rot. Mocht boktor noch worm, doch loont
zo’n doodswond door goor vocht, brood; strop.

Yoko, dol, hoort Bono nog: “Johns doorwrocht solo
rondo loopt, grosso modo, krom! Ho! No! YOLO!”