Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft


 

Wachttijd

 

Ik klop de maden van mijn borst

Na jarenlang van stinkend rotten

Zit er weer leven in mijn botten

 

Dat dank ik aan de Vredevorst

Waar die nu weer aan is begonnen?

Hij heeft iets heel bizars verzonnen:

 

Hij heeft voor mij het kruis getorst

Dus lig ik hier tussen de graven

Straks moet ik voor een stunt opdraven

 

Maar dat is mij zo langzaam worst

Ik lig hier in mijn graf te rillen

Voel mij tot op het bot verkillen

 

Ik sterf hier langzaam van de dorst

Waarom moet ik twee lange nachten

Hier kleumend op Zijn opstaan wachten?

 

Matth. 27:50-54: 'Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest. Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Jezus' opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen.'

 

Vrolijk Pasen!

De Constanza is bedacht door Connie Marcum Wong en bestaat uit vijf of meer drieregelige, vierjambige strofen.

De eerste regels van alle strofen zijn als een zelfstandig gedicht, in monorijm te lezen, waarbij de overige regels voor de broodnodige verdieping zorgen.

Zeer geschikt voor een serieuze aanpak en om iets moois tot stand  te brengen.

Het rijmschema is abb/acc/add/aee/aff enz.

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gelukkig 2017



Niels Blomberg geniet van het vuurwerk in zijn achteruitkijkspiegel


Dactylus-priemgetal
tweeduizendzeventien,
dit wordt een jaar
dat mij nu al bekoort,

want voor het eerst sedert
negentiennegentig
is het een
ollekebollekewoord.

Twee jaartjes wachten nog:
tweeduizendnegentien,
weer zo’n olbol-woord;
dat laat me niet koud.

Dan wordt het wachten tot
tweeduizendzeventig.
Ik word dat jaar
honderdtwaalf jaren oud.

Zou dat nog haalbaar zijn,
tweeduzendtachentig?
Dat wordt toch werkelijk
lastig voor mij.

Zes eeuwen lang is na
tweeduzendnegentig
dubbel-dactylische
rijmpret voorbij.

Hoe is mogelijk!
Zes eeuwen wachten nog!
Ach ik begrijp uw
verbijsterde schreeuw.

Even geduld tot de
zevenentwintigste
en tot de
negenentwintigste eeuw.

Terug naar het heden nu.
Vorig en volgend jaar
hebben iets aardigs
in petto zowaar.

Wij leven thans na het
tweeduizendzestiende
en vóór het
tweeduizendachttiende jaar.