Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 

De druppels dauw ginds op het mos

Zijn tranen van een sterveling

Die zich terugtrok in het bos

En zich toen aan een tak verhing

                                   Ik zie een droeve sterveling

                                   Wanneer ik dauw zie op het mos

 

De blaadjes van de madelief

Gevallen en welhaast vergaan

Zijn snippers van een afscheidsbrief

Na een verscheurd, verspild bestaan

                                   Als snippers van een afscheidsbrief

                                   Zijn madeliefjes die vergaan

 

Een eikel valt, bereikt de grond

Waar hij tot bruin en zwart verkleurt

Zo maakt hij weer een cirkel rond

Iets wat straks niet met mij gebeurt

                                   Ik, eikel, eindig zwart verkleurd

                                   Straks in de harde koude grond

 

Wie in het stille woud beziet

Wat daar zoal aan schoonheid prijkt

Is iemand die vast ook geniet

Als hij een open graf bekijkt

                                   Natuur is mooi zoals je ziet

                                   Het is maar hoe je het bekijkt

 

Dit is weer een uitvindsel van Jan Turner, een naam die we vaker tegen zullen komen.

Het bestaat uit vier strofen van zes regels. De eerste vier regels van elke strofe bevatten een bewering die in de laatste twee regels wordt samengevat en de wijze waarop het geformuleerd is omkeren.

Het heeft een vast metrum, vierjambig, en het rijmschema (mannelijk rijm) is:

regel 1-4 abab

regel 5 en 6 mogen ab of ba zijn en bestaan uit gebruikte woorden in de eerste vier regels.

Het roept gemengde gevoelens bij me op. Aanvankelijk dacht ik dat hier wel iets aardigs mee te doen was, maar dat rijk rijm, ook nog willekeurig uit de voorgaande regels te plukken, geven het wat rommeligs. Ook zie ik eigenlijk het nut niet om de voorgaande regels op die wijze te herhalen, omdat je door die rijmwoorden gedwongen wordt tot soortgelijke formuleringen, en wat zou het dat het dan omgekeerd is? Zo rond het derde couplet trad dan ook balorigheid in. Misschien weet iemand anders er wat leuks van te maken.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een Mythe



Van uilen meende men in vroeger jaren
-Homerus schreef het ooit eens in een mythe-
dat deze vogels wijs als goden waren;
Athena kreeg er daags een op visite.

Die uil vloog ’s nachts de hele wereld rond
om alle aardse nieuwtjes te vergaren,
totdat er nauwelijks roddels over waren,
en deed Athena daarvan ‘s morgens kond.

Doch op een dag -hij was al oud van dagen-
moest deze uil voorgoed de ogen luiken.
Athena dacht: ~Dan vraag ik toch zijn kuiken
om in ‘t vervolg de nieuwtjes aan te dragen.~

Dat lukte niet en weet je ook waarom?
Zo’n kuiken van een uil blijkt oliedom.

Bundels