In het huis van de gehangene spreekt men niet van de strop

 

Bij sans gêne entrevue en conversatie

Wordt eloquentie van de gast verlangd

Au fond is één reflectie uit de gratie:

Het touw waaraan de heer des huizes hangt

 

In het land der blinden is eenoog koning

 

Voorbij des equators secluse streken

Waar men gedesequilibreerd bètises eert

En edictaal niet heel nauw wordt gekeken

Daar ligt het rijk waar de cycloop regeert

 

Hoge ogen gooien 

Waardoor moroos de geit loborig staarde

-Geacharneerd tantalisch leeggeslorpen-

Belanden parabolisch op de aarde

De resten, door sjeik Hassan weggeworpen

 

Een Engels taalspelletje bestaat eruit spreekwoorden op te blazen met pompeus taalgebruik, waarna geraden moet worden wat het oorspronkelijke spreekwoord was, bijvoorbeeld:
"Missiles of ligneous or petrous consistency have the potential of fracturing my osseous structure, but appellations will eternally remain innocuous".
Bedoeld wordt:
'Sticks and stones can hurt my bones, but words can never harm me'.
Dit bracht light-versedichters tot deze vorm, waarvan verschillende voorbeelden te vinden zijn in 
 How to be well-versed in poetry (het Engelse equivalent van Versvormen van Drs. P) van E.O Parrott . 
 Het opgeblazen spreekwoord bestaat uit een vierregelig versje, rijmschema abab, waarin een spreekwoord omslachtig wordt omschreven. Niet alleen het spreekwoord wordt zo opgeblazen tot grotere proportie, ook het taalgebruik moet dus liefst opgeblazen, gezwollen en pompeus zijn.

Het gebruik van moeilijke woorden wordt toegejuicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Met zwoele lach...



Met zwoele lach en dito blik
Komt zij het bierhuis binnentreden.
Ze gaat zo schaars gekleed, dat ik
Met één oog slechts haar uit kan kleden.

Parmantig hangt ze aan de toog
En, al begint haar haar te grijzen,
Nog trekt zij een wellustig oog;
Je ziet de heren naar haar wijzen.

Nee, aandacht komt zij nooit te kort;
De mannen hangen aan haar lippen.
Zij zouden graag het glaasje port
Zijn waar ze soms van staat te nippen.

Maar altijd, stipt om kwart voor een,
Als `t volk steeds zatter wordt en woester,
Zwaait zij gedag en vliedt zij heen
Als een gehaaste assepoester.

En thuisgekomen trekt zij dan
Haar jas uit en haar restje kleren
En kruipt het bed in naast de man
Die haar niet kan (of wil) begeren.