Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 

 

 




‘Als ik een trechter douw in de flink afgeragde kut
Van Miep de Slettenbak en giet een flink verzuurde prut
Van karnemelk en stijfselpap in die publieke vrouw
Dan krijgt die hoer een hoerenkind dat sprekend lijkt op jou’

‘Zo kan die dan tenminste nog fier bogen op een ouder
Terwijl jij werd geboren toen de steenpuist op de schouder
Van Rik het wrattenzwijn, na een volrijping van drie weken
Door Rita met de Rouwnagels eens flink werd uitgeknepen’


Met die cultuurschok wil het maar niet lukken. Nou hebben we Ethiopië met hun kerkmuziek verlaten en de hele oostkust van Afrika blijkt dan wel Swahili te spreken in talloze vormen, maar de versvormen lijken bekend. Kunst, met die kolonisatoren die hun Arabische, Portugese en Engelse stempels drukten op de poëzie die daarvoor enkel mondeling werd doorgegeven.
Eén Afrikaans genre drukte echter terug: het scheldgedicht. De gewoonte elkaar in het publiek op rijm te beledigen als wedstrijd vond ingang in het westen. Jonge Afro-Amerikanen (om het woord nikkers te vermijden) kennen het ‘playing the dozens’  ('Yo mama’s so ugly') , waarbij beledigingen op rijm uitgewisseld worden tot iemand opgeeft, dat volgens Ron Padgett in zijn Handbook of Poetic Forms afstamt van deze scheldpoëzie.
Het oudste bekende voorbeeld is anoniem:

Je lijkt op
Een oude tandeloze man
Die een olifantshuid wil eten,
of een vrouw zonder kont
die op een harde kruk zit.
Je lijkt ook op een stomkop
die bij de jacht een antilope laat ontsnappen
terwijl hij weet dat zijn vader ziek thuis ligt

Dat is grappig, want terwijl we hier door de sloppenwijken van Nairobi sjokken in de hitte blijken de lijmsnuivende straatjongeren hier een eigen straattaal te hebben ontwikkeld, sheng genoemd, een mix van Engels, ethnische talen en Swahili.
Dat Engels gebruiken ze voor de toeristen; om wat bij te verdienen zingen ze ook en het ‘Country Road’ en ‘Marina’ van Rocco Granata is niet van de lucht. Vreemd; dat hoor je in Thailand ook van straatgroepen. Wisselen straatgroepen internationaal één boekje uit met teksten?
Maar onder elkaar zingen  zingen ze hun eigen liederen, die vol improvisatie steken.
Echte word battles. Elkaar beledigen in liedjesteksten, al improviserend en op rijm, dat is een sport hier. En niet onder deze jeugd als een uit het westen geïmporteerd fenomeen.
Sarah Hillewaert, een Belgische taalonderzoekster die we in een café tegenkomen als we onze dorst willen lessen na een vermoeiende dag in de hete zon vertelt: “ Ik heb opnames van oude mensen die elkaar op straat toezingen en de ander voortdurend beledigen, heel grappig. Wat wij uit de hiphop kennen, zit al eeuwen in de taalcultuur van Lamu.”
"East is East and West is West and never the twain shall meet?"
Schei toch uit.

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gelukkig nieuwjaar


Schilderij Rick Baker

Je piekert wat zo’n jaar weer brengen zal
Moet ik nu blindheid, breuk en wratten vrezen
Betaalt het ziekenfonds nog mijn prothese
Raak ik door botontkalking in verval?

Of door de alcohol aan lager wal
Met iets waarvan nooit iemand is genezen
En word ik daarvandaan dan doorverwezen
Naar ene Petrus in een aankomsthal?

In jaren ben ik meer dan middelbaar
Hoewel ik u nog steeds niet ben ontstegen
Groeit wel het risico daarop per jaar

Intussen wordt door mij nog niet gezwegen
Al haal ik soms wel zaken door elkaar
Ik wens mijzelf daarom veel heil en zegen.