Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De wereld schijnt wat lichter van geluid
Een echo golft langs dikbesneeuwde bomen
Gelach, gegil, twee kinderen onderuit
De winter is dit jaar al vroeg gekomen

Breed glimlachend maak ik de beelden buit
En voel hoe snel mijn bloed begint te stromen
In plaats van hier te staan, achter de ruit
Had ik graag aan de sneeuwpret deelgenomen

Voor even weer het spelend kind van tien
Dat onvermoeibaar hapt naar witte vlokken
Ik weet dat dit niet kan en bovendien

Daar buiten is het koud en kil en guur
Ik accepteer het verder zonder mokken
En werp een laatste houtblok op het vuur

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Luguber traliewerk



Oh, jee, procrustesbed, nu 'n nieuwe zak
de wasdom van de wijn dient te verbloemen
zie 'k hoe je wankel in de steigers staat
te pronken met je euvel etiket.

Wie komt er tot zo'n vondst—een maniak,
die, vol bravoure indachtig 't dichtersvak,
onsierlijk enjamberen op ziet doemen?

Wellicht is 't akelig zo in te zoomen
op wat men naar gebruik slechts dient te roemen,
maar ook je schema is niet adequaat.

Oh, veertienregelige acrobaat,
vier uitgangen en parkerpen paraat
herschrijf ik je: sonnet, als je het redt.

Als je het redt: oh jee, procrustesbed!

Bundels