Het is de juffrouw in het trapportaal
Het zijn de motten in een oude jas
Het is de grijze trui en rode sjaal
Het is de droom die zo waanzinnig was

Het is het rijtuigie een dag in maart
Het is het hoorngeschal in berg en dal
Het is de ansichtkaart met kar en paard
Het is het bord spaghetti met een bal

Het is het clubje met de mandolien
Het is de vlo die in het circus sprong
Het is de bakkersdochter Josefien
En al de liedjes die ik voor haar zong

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Hoho

Voor Isis

Dat laat me nou blauwblauw, denk ik dan dom:
die echte ‘mannenmannen' die alom

bij wilde volken, zoals de Maumau
(erg duur, dus vaak samsam wat ik je brom)

en midlife dol geworden (Frans: gaga!)
drukdruk op jacht gaan. Steeds met veel aplomb.

Weg willen ze, hun kerker uit! Er is
geen vrouw (Lulu, Deedee) die snapt waarom

noch goena-goena, noch de slinkse beet
van de tseetsee (testes! wervelkolom!)

ze angst aanjaagt. Mij noemt men ‘nono' want
als niet-genegene roer ík mijn trom!

Geen Berber krijgt mij mee naar de woestijn,
een zelf geschoten struistrui vind ík stom!

Renderende Groot-Wild-jacht met dumdum?
‘Gedenk de dodo!' klinkt mijn boze grom.

Ziet u het voor u? Tenten? De bush-bush?
Gé van den Bovenkamp? Tuttut! Komkom!

(Gé van den Bovenkamp, uit De tweede ronde)