we waren met zijn allen heel alleen
wat ieder deed dat was ons om het even
we leefden allemaal een eigen leven
tot zij in ons studentenhuis verscheen
ze toverde bij iedereen een lach
we zaten niet meer eenzaam op de kamer
en werden in verbinden steeds bekwamer
we knuffelden en straalden heel de dag
de vrouw die wonderbaarlijk koken kon
bezorgde ons voortdurend variatie
we staarden naar elkaar vol fascinatie
Marleen verruimde onze horizon
we wezen naar kabouters met de groep
rondom een pan vol paddo-truffelsoep
