Michiel is zacht gezegd

Romantisch aangelegd

Zo schrijft Michiel gedichten en zo houdt hij van klassiek

De schrijvers die hij leest

Zijn er allang geweest

En heel zijn meubilering is antiek

 

Het leven dat hij leidt

Is ver van voor zijn tijd

Want hoe men tegenwoordig leeft, dat spreekt hem niet zo aan

En dat is heus niet slecht

Dat is Michiels goed recht

Maar hij begint een beetje door te slaan

 

De kleren die hij draagt

Zijn meer en meer gewaagd

Vaak draagt hij ribfluweel en zelfs zo’n componistenpruik

En schrijft Michiel iets neer

Dan gaat dan met een veer

En - logisch - met archaïsch taalgebruik

 

Ook heeft Michiel spontaan

Zijn Snoek pas weggedaan

Steeds minder voelde hij zich met die Citroën verwant

Michiel vond toch een paard

Meer passen bij zijn aard

En zo loopt alles steeds meer uit de hand

 

Wie loopt er nou vandaag

Nog met een lubbenkraag?

Pas heeft hij zijn piano ingeruild voor een spinet

Zijn Fender ging eruit

Dat werd een oude luit

Ook rookt hij pijp in plaats van sigaret

 

Je moest hem eens zien gaan

Met frak en kniebroek aan

’t Is om je te bescheuren, en het klinkt misschien wat cru

Maar hij loopt ongeveer

Al bijna evenzeer

Voor lul als al die jongeren van nu

Uit: De avond is nog jong (UNIT Academie, Nijmegen)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Murk



Ik ben maar een Murk, dus wat moet ik?
Ik ben in de wereld gepleurd.
Had iemand verstandig besloten,
dan was dat beslist niet gebeurd.

Een Murk van een onbekend merk,
mufneuzig en brunzig van poten,
zoiets had mijn ma niet besteld.

Laat staan mijn pa:
hij lag in een deuk, maar niet heus
en wou me het liefste verloten.

Maar dat vond mijn ma toch te erg.
Dus sloot ze me op in een koekblik
en fietste daarmee naar het park
en knoopte mijn staart aan een berk.

Oote oote oote boe,
waar moest het met mij naartoe?
Ik klampte me vast aan haar jurk –
een Murk is nou eenmaal geen held.

Maar ach, mijn ma!
Ze scheurde zich los met geweld
en ging toen gewoon naar haar werk.

Hier hurk ik nu, zwaar in de kroten.
Ik knaag wat op boomschors en noten
en wacht tot de Gurkbork me wurgt.

Net heb ik mijn neus weer gestoten
dus ja, ik besta nog, vermoed ik.
’s Nachts zeur ik heel zacht: Oote oote.
Wat wil je? Ik ben maar een Murk.