Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik ben ooit geslaagd zonder zevens en zessen
Je zag zeker weten geen vijf op mijn lijst
Gymnasium zonder een dagje te stressen
Het heeft niet eens veel van mijn inzet geëist

Maar wat had ik graag één zo’n acht opgegeven
Voor kussen van Kim, of een negen geruild
Voor zoenen van Zoë, al had ik een zeven
Al was dan mijn eindlijst met zessen bevuild

Natuurlijk, er was wel die date met die ene
Die kus van.. eh, jeetje, en ja, ook die dans
Met... jemig, hoe heet ze, die zus van Marlene
Bij mooie Marlene zelf had ik geen kans

Het spijt me, ik ben veel te veel al vergeten
De naamvallen Duits ken ik nog uit m’n hoofd
Maar meisjes van wie ik de naam nog zou weten
Daar heb ik zes schooljaren niet in geloofd

Dus al die historische kennis, het is me
Niks waard, had ik maar een verleden met Wies
Wat moet ik met weetjes omtrent magnetisme?
Ik wilde wat aantrekkingskracht op Marlies

Nu weet ik precies wat een meisje wil horen
Ik zet vlug wat strelende woorden op rijm
Ik fluister ze zwoel in haar gulzige oren
En voor je het weet valt ze voor me in zwijm

Als ik toen die kennis van meisjes bezat
Dan vree ik met Anna en kuste ik Joyce
Och, stel je eens voor wat een keus ik dan had…

Maar ik was alleen goed in multiple choice

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Snotterwokkel


 
Wee de arme Snotterwokkel
die het niet gesnopen heeft.
(Hij kan het aan de Frokkel vragen
maar dat vindt hij onbeleefd.)
 
‘Waarom ben ik ooit geboren?
Wie verklutste toch mijn struif?
Waarom heb ik sprokkeloren
en een krakel in mijn kuif?
 
Waarom is er herfst, en haring?
Waarom lust ik geen hachee?
En waar vind ik een verklaring
voor het golven van de zee?
 
Waarom moet het altijd zachter,
waarom roept men dat ik stoor?
Waarom kom ik nergens achter?
Waarom kom ik nergens voor?
 
Waarom moet ik altijd huilen
als ik een komkommer zie?
Waarom kan ik nergens schuilen
voor het Grote Potverdrie?
 
Alles is zo ongewokkeld,
alles is zo ongewis
als je schoenen zijn versokkeld
en je vuist een vlakgom is.’
 
Ach, die arme Snotterwokkel.
Hij snuit zijn snufferd in zijn staart
en gumt zichzelf volledig van de kaart.
 
(Of dat nou echt nodig was?
Ik kan het aan de Frokkel vragen
maar dat lijkt me ongepast.)

(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012 )

Bundels