Het kleine vrouwtje pakte plots mijn hand
En trok me bij haar kermistent naar binnen
Ze zag in mij allicht een goede klant
En hoopte snel wat zakcentjes te innen

‘Zeg vrouwtje, ’ sprak ik quasinonchalant
U zult eerst mijn vertrouwen moeten winnen’
Haar ogen spuwden vuur. Ik vroeg: ‘Contant?’
Of kan ik hier in deze tent ook pinnen?’

‘Ik zie, ik zie…’ (nu moest ze wat verzinnen)
‘Ik zie u op een wit, verlaten strand
U bent een mooie vrouw aan het beminnen
‘Ik zie… dat u verschrikkelijk verbrandt!’

‘Genoeg!’, riep ik ontstemd: ‘Dit wordt te dol
Mevrouw, u heeft de zomer in uw bol!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dick Nanninga (1949-2015)



Een kop zwart haar, volwassen bakkebaarden
De Rodaheld, begerig nagestaarde
Zijn kopbal was de schrik der Argentijnen

Een interlander met twee gouden benen

Dick mocht bij Ajax en Hong Kong verschijnen
Maar kon in stad en buitenland niet aarden
Hij was ondanks zijn lage afkoopwaarde
Niet graag gezien bij de elfmeterlijnen

De suikerziekte kostte hem zijn benen

Je kunt je hele leven zo hard trainen
En hopen op een frisse oude dag
Ineens schopt dan het lot tegen je schenen
En voor je ’t weet ben je voorgoed verdwenen
Geen mens die zo’n beroerd besluit voorzag