(Illustratie Jaap van den Born)

De kratfuit floppert in zijn blootje
of zo u wilt: zijn nakie),
dan zie je dus het hele zootje
(en ik zeg niet: het zakie).

Maar wat is nu zo onverwacht
(tenminste, toch voor mij),
hij heeft er wel een stuk of acht
(van voren, op een rij).

Hij noemt ze zelf zijn flopgestel
(dus floppert hij ermee)
Ze zitten nooit eens in de knel
(ook niet in de puree).

Wat zeg je nu? Bah, dat is vies?
(zo'n kratfuit zonder broek)
Integendeel, hij is heel kies!
(al is zijn broek dan zoek)

Met wandelstok en vlinderstrik
(zo gaat hij steeds op pad),
met milde blik, galante knik
en blóót! (het is me wat...)



Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Ik dicht plezier

ikdichtplezier
 
Roodkapje 
 
Roodkapje was een tikkeltje verbaasd
bij ’t zien van grote tanden, ogen, oren.
Ze dacht: het zal bij grootma’s ziekte horen.
Maar daarmee zat ze er behoorlijk naast.
 
Kunt u geen wolf van oma onderscheiden?
Dan is het zaak de Veluwe te mijden.
 
Dit is een van de vele verzen uit de nieuwe light-versebundel Ik dicht plezier van Wim Meyles, deze week verschenen bij uitgeverij Elikser. 160 pagina's met snelsonnetten, Trijntje Fops, filosoviertjes (kwatrijnen met enige diepgang) en amuses (kwatrijnen zonder enige diepgang).